**1..** Voor reguliere peutersubsidie geldt een plafond. Dit aantal bedraagt voor 2022 en 2023 75 reguliere peuterplaatsen per jaar en vanaf 2024 50 reguliere peuterplaatsen per jaar. Het college verdeelt de subsidie voor reguliere peuters volgens verdeelcriteria. Dit zijn in volgorde van prioriteit:
aanvragen van houders voor een locatie die in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar subsidie hebben ontvangen, voor maximaal het totaal gemiddelde aantal peuterplaatsen dat in het tweede kwartaal uit het voorafgaande jaar geplaatst was;
aanvragen van houders voor een locatie die in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar geen subsidie hebben ontvangen.
** 2. .** Voor VE-subsidie is eveneens een subsidieplafond van toepassing. Het subsidieplafond is bereikt wanneer voor 2022 en 2023 150 peuterplaatsen per jaar met een VE-indicatie subsidie aangevraagd is en vanaf 2024 100 peuterplaatsen per jaar met een VE-indicatie. Het college verdeelt de subsidie voor doelgroeppeuters volgens verdeelcriteria. Dit zijn in volgorde van prioriteit:
aanvragen van houders voor een locatie die in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar subsidie hebben ontvangen, voor maximaal het totaal gemiddelde aantal doelgroeppeuters dat in het tweede kwartaal uit het voorafgaande jaar geplaatst was;
aanvragen van houders voor een locatie die in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar geen subsidie hebben ontvangen.
**3..** Indien aanvragen een gelijke prioriteit krijgen maar niet binnen het subsidieplafond passen, verdeelt het college het resterende subsidiebudget naar rato aan de hand van het aantal verwachte bezette reguliere peuterplaatsen en doelgroeppeuterplaatsen met VE-subsidie uit de aanvraag.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Subsidieplafond reguliere peuters en doelgroeppeuters
Onderdeel van Subsidieregeling peuter- en dreumesplaatsen Twenterand