Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

Procedurele en randvoorwaardelijke verplichtingen

Onderdeel van Subsidieregeling peuter- en dreumesplaatsen Twenterand

1.. De houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die buiten deze subsidieregeling van toepassing zijn. 2.. De houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van jonge kinderen. 3.. De houder richt een administratie in waarin de volgende gegevens worden bijgehouden: ondertekende overeenkomst tussen de ouders/verzorgers en de houder; inkomensverklaringen van de ouder(s)/verzorgers en overige documenten op basis waarvan de toets niet-recht op kinderopvangtoeslag is uitgevoerd en de inschaling van de ouderbijdrage heeft plaatsgevonden; naam, geboortedatum, woonplaats van het kind; de startdatum en verwachte einddatum van de peuterplaats of peuterplaats met VE; indien van toepassing de indicatiestelling van de peuter (op naam) door de GGD Twente JGZ; het aantal uren peuteropvang dat een peuter gebruik heeft gemaakt van de peuterplaats of peuterplaats met VE per maand; het uurtarief en de ouderbijdrage; bevestiging van de opzegging van ouders/verzorgers met datum en handtekening. 4.. Houders zijn verplicht bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek doelgroeppeuters voorrang te geven. 5.. De houder spant zich in om wachtlijstvorming te voorkomen en zoekt bij (dreigende) wachtlijsten samen met ouders/verzorgers en andere houders naar een plek op een van de andere peutergroepen. 6.. De houder spant zich in om zoveel mogelijk gemengde groepen van reguliere en doelgroeppeuters te vormen. 7.. Houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, GGD Twente Afdeling JGZ, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door het college aangewezen instanties.

Rechtspraak bij dit artikel