Bij afkoop van de canon gedurende de looptijd van een erfpachtrecht geldt, ter nadere uitwerking van artikel 11 van de AB1998, het volgende:
De afkoopsom die de erfpachter is verschuldigd bij vooruitbetaling van de canon voor de resterende periode van het lopende tijdvak van 50 of 75 jaar, wordt berekend door toepassing van de formule:
waarin voorstelt:
AT = de afkoopsom voor het lopende tijdvak;
C = het bedrag van de jaarlijkse canon die geldt zes maanden voor het moment van de afkoop
i = het indexpercentage voor de betreffende canonsoort, zoals burgemeester en wethouders vaststellen voor het kalenderjaar waarin de afkoopsom wordt voldaan;
d = de disconteringsvoet, zoals burgemeester en wethouders vaststellen voor het kalenderjaar waarin de afkoopsom wordt voldaan;
t = het aantal jaren van vooruitbetaling in het lopende tijdvak.
Voor de jaren 2020 en 2021 wordt voor de factoren genomen: C = 3,00%, d = 4,50% en i = 1,00%. In de daaropvolgende jaren wordt gerekend met dezelfde percentages voor d en i, als voor gematigd geïndexeerde voortdurende erfpachtrechten worden vastgesteld.
Indien een (tussentijdse) afkoopsom moet worden herleid uit een periodiek vastgestelde standaardafkoopsom voor 50/52 of 75 jaar, wordt uit deze standaardafkoopsommen een (fictieve) erfpachtgrondwaarde herleid op basis van de formules en factoren als bedoeld in dit artikel. Hieruit wordt een fictieve afkoopcanon berekend, die gebruikt wordt voor de berekening van de (tussentijdse) afkoopsom op basis van lid 1 van dit artikel.
Artikel 3