Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3.

Visie op voorzieningen en rol van de gemeente

Onderdeel van Subsidiebeleidskader Maatschappelijke Voorzieningen 2019 - 2024

In deze paragraaf kijken we naar de voorzieningen die inwoners in hun specifieke omstandigheden ter beschikking hebben of zouden moeten hebben. En naar de rol van de gemeente in dit verband. We onderscheiden de voorzieningen in vier groepen: Standaardvoorzieningen Volgens de toekomstvisie beschouwen wij onderwijs, eerstelijnsgezondheidszorg en ADL-winkels (Algemene Dagelijkse Levensbehoeften) als standaardvoorzieningen in de kernen. Deze voorzieningen zijn voor alle inwoners beschikbaar en zorgen ervoor dat inwoners normaal gesproken zelfredzaam en zelfwerkzaam in hun leefomgeving kunnen functioneren. Voor standaardvoorzieningen heeft de gemeente ten aanzien van dit subsidiebeleidskader een beperkte rol. Tenzij de ‘markt’ tekort schiet, zal de gemeente zich niet bezig houden met het tot stand brengen van standaardvoorzieningen. In algemene zin is de gemeente wel verantwoordelijk voor bij-voorbeeld de ruimtelijke randvoorwaarden en heeft de gemeente ook wettelijke verplichtingen met betrekking tot de onderwijshuisvesting. De eerstelijnsgezondheidszorg is van belang voor de toegang tot de sociale voorzieningen. De gemeente geeft de markt de gelegenheid om zelf te voorzien in standaardvoorzieningen. Particulier initiatief Dit zijn voorzieningen die vanuit de samenleving zelf tot stand komen en in stand worden gehouden. Het gaat om voorzieningen waarbij doorgaans het profijtbeginsel van toepassing is. Van belang is dat elke inwoner aan de activiteiten kan deelnemen. Denk hierbij aan verenigingen op het gebied van jeugd, sport, cultuur, wijkontwikkeling, etc. Bij particuliere initiatieven ziet de gemeente een lichte rol. De gemeente kan incidenteel faciliteren en eventueel beperkt subsidiëren (bijv. om een nieuw initiatief te stimuleren). Echter nadrukkelijk naar be-hoefte, afhankelijk van maatschappelijk (financieel) draagvlak, steeds op maat, met oog voor be-schikbaarheid van regionaal aanbod en binnen de mogelijkheden van de gemeente. Maatschappelijk netwerk Dit zijn organisaties die sterk gericht zijn op het versterken van samenwerking tussen burgers en organisaties en het leggen van verbindingen. Verbindingen zoals Integrale Kindcentra, wijken die werken, de driemensschappen politie-jongerenwerk-gemeente, woonservicezones. De kern is dat de verschillende organisaties samen een hecht netwerk vormen, dat in de (lokale) samenleving extra maatschappelijk rendement genereert op de afzonderlijke initiatieven en inzet. Er gaat een preventieve werking vanuit, omdat opkomende problemen sneller kunnen worden gesignaleerd. Voor netwerkorganisaties vervult de gemeente een partnerrol. De gemeente creëert randvoorwaarden voor samenwerking en subsidieert organisaties voor hun bijdragen aan een maatschappelijk programma. Het maatschappelijk netwerk vervult een sleutelrol tussen het particulier initiatief en het professioneel en vrijwillig vangnet. Enerzijds om te voorkomen dat inwoners onterecht verwezen worden naar een (duurdere) vorm van zorg. Anderzijds door nauw samen te werken met het particulier initiatief en er op deze manier aan bij te dragen dat potentieel kwetsbaren weer bij de zelfredzamen terecht komen. Professioneel en vrijwillig vangnet Bij het professioneel en vrijwillig vangnet gaat het om voorzieningen waar een burger specialistische hulp krijgt als hij of zij er zelf niet toe in staat is. Denk hierbij aan re-integratietrajecten, zorginstellingen en jeugdzorginstanties. Meestal gaat dit gepaard met inzet van collectieve middelen voor een individueel zorgtraject of verstrekking. Bij de vangnetorganisaties heeft de gemeente een bepalende rol. De gemeente initieert, schrijft voor, verleent opdrachten en regelt zorg voor de (kwetsbare) inwoner. De gemeente is er verantwoordelijk voor dat er een doelmatig vangnet is. Samen met andere gemeenten en professionele organisaties in het sociaal domein moet dit vangnet zich integraal richten op de bewoner en diens omstandigheden, zodat deze door versterking van eigen kracht en mogelijkheden de weg terug vindt naar zelf-werkzaamheid en zelfredzaamheid.

Rechtspraak bij dit artikel