Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Maatwerk, bijzondere initiatieven, ondergeschikte detailhandel en nevenassortimenten

Onderdeel van Detailhandelsvisie gemeente Hoeksche Waard 2021

De prioriteit van de visie ligt bij de bestaande winkelstructuur, ten behoeve van de consumentenverzorging en de vitale centra. Toch kan het bij uitzondering wenselijk zijn om bijzondere nieuwe of bestaande winkels of concepten buiten de winkel-structuur te faciliteren. Denk aan zeer grote zaken zoals Konijnendijk of Voorwinden die een unieke positie vervullen binnen de detailhandelsstructuur en consumentenverzorging. Maar ook de invulling van de lokale Hoeksche Werken en Waarden. Zo heeft bijvoorbeeld Numansdorp met haar jachthaven een rol in de toeristische economie. Een bijzonder winkelinitiatief, specifiek gericht op deze markt is denkbaar. Andere voorbeelden zijn specifieke bedrijven die een combinatie van activiteiten voeren, waarvan het detailhandelsdeel één onderdeel is. Zij zijn niet inpasbaar in de structuur, maar wel van meerwaarde voor de consumentenverzorging. Voor deze initiatieven kan onder voorwaarden maatwerk geleverd worden. Een algemene voorwaarde is dat het plan lokaal invulling geeft aan de Hoeksche Werken en Waarden. Daarnaast zijn de kaders van de provinciale verordening aangehouden. Toch kan ontheffing van Gedeputeerde Staten nodig zijn. Aanvullend zijn per type initiatief de volgende criteria gehanteerd. Maatwerk en bijzondere initiatieven: Maatwerk kan uitsluitend worden toegepast indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan: Initiatiefnemer dient aan te tonen dat er geen (ruimtelijke) uitbreidingsmogelijkheden binnen of aangrenzend aan de centra aanwezig zijn binnen de bestaande centra in het verzorgingsgebied: Voor supermarkten en boodschappenwinkels geldt dat zij in de kleinste kernen, waar soms geen sprake (meer) is van een centrumgebied, kunnen worden toegestaan buiten de structuur. De winkel is immers van belang voor de leefbaarheid. Er is voor bood-schappenwinkels daarom geen minimum maatvoering opgenomen. Wel moet het initiatief aansluiten bij de verzorgingsfunctie van de kern. Voor recreatief bezochte winkels, geldt dat maatwerk enkel kan worden toegepast voor nieuwe bijzondere winkels vanaf 1.500 m² wvo, met bovenlokale aantrekkingskracht. Kleinere reguliere winkels kunnen doorgaans prima in de centra worden ingepast. Datzelfde geldt voor uitbreiding van bestaande reguliere winkels. De toets aan de Ladder14Voor toelichting op de ‘Ladder’ zie ook par. 4.2. is succesvol doorlopen; er is behoefte aangetoond en de ruimtelijke (leeg-stands)effecten op het woon-, leef- en ondernemersklimaat zijn ruimtelijk aanvaardbaar. Ondergeschikte detailhandel bij bedrijven Deze vorm van detailhandel moet voldoen aan alle volgende voorwaarden: Het totale bedrijfsconcept (mix) is niet geschikt voor de reguliere centra op basis van de aard, omvang en samenstelling. Het bedrijf is ook op andere ruimtelijke gronden niet goed inpasbaar in centra (bijvoorbeeld geluid, parkeren, verkeer, etc.). De toets aan de Ladder wordt succesvol doorlopen15Voor toelichting op de ‘Ladder’ zie ook par. 4.2.. Het bedrijf heeft meerwaarde voor de economie en consumentenverzorging van de gemeente (en regio). De detailhandelscomponent betreft verkoop in laagfrequente en doelgerichte artikelen. Een groot deel van het bedrijf betreft productieactiviteiten, zoals bijvoorbeeld reparatie, renovatie, op maat maken, klantgericht maatwerk, etc. Levering is voor een groot deel business-to-business. Een deel van het bedrijf betreft opslag voor productieactiviteiten. Kleinschalige en ondergeschikte detailhandel Denk bij kleinschalige en ondergeschikte detailhandel, bijvoorbeeld aan een bedrijf met een kleine winkel, maar ook aan een boerderijwinkel, of detailhandel bij een tankstation (zie volgende paragraaf). In de Omgevingsverordening van de provincie is een richtsnoer voor de maximale omvang van kleinschalige en ondergeschikte detailhandel opgenomen van ca. 200 m². Zo is maatwerk mogelijk. Ook het aantal vestigingen is afhankelijk van maatwerk en daarom niet vastgelegd in de verordening. Nevenassortiment Op basis van trends en ontwikkelingen is een bepaalde mate van branchevervaging en -verbreding noodzakelijk om goed te kunnen ondernemen. Voorbeelden zijn bouwmarkten die woonartikelen verkopen, supermarkten die non-food verkopen of tuincentra die dierenartikelen verkopen. Indien het nevenassortiment past binnen de bestemmings-omschrijving, is het toegestaan. Het beleid biedt voor overige situaties in de basis ruimte voor een bepaalde mate van branchevervaging en -verbreding, mits deze branchevervaging en –verbreding blijft binnen aanvaardbare marges. Andere voorwaarden zijn: De artikelen die gevoerd mogen worden behoren direct of indirect tot het assortiment van de betreffende branche of soort winkel. Als indicatieve richtlijn mag maximaal ca. 20% van het netto vloeroppervlak worden ingezet voor het nevenassortiment. Voor perifere locaties geldt dat het assortiment van alle toegestane pdv-branches en soorten winkels zonder beperkingen in alle hier aanwezige winkels verkocht mag worden. Modische artikelen16Uitgezonderd bij de toegestane perifere winkels behorende werkkleding en –schoenen, zoals bijvoorbeeld overalls of tuinklompen. , levensmiddelen, en persoonlijke verzorgingsartikelen zijn expliciet niet toegestaan in PDV-winkels omdat dit de belangrijkste dragers zijn voor het functioneren van de reguliere winkelcentra. Kleinschalige horecavoorzieningen, die ondergeschikt zijn aan de winkelfunctie, worden toegestaan. Daar waar in het verleden andere rechten zijn toegekend, blijven die geldig.

Rechtspraak bij dit artikel