1.. Bij het voeren van reclame voor sport-, recreatie- en evenemententerreinen gelden de volgende algemene uitgangspunten:

  • - reclame is uitsluitend toegestaan op de velden of terreinen waarop de sport beoefend wordt of waar gerecreëerd wordt;
  • - met uitzondering van de clubnaam en/of de naam van het terrein mag geen reclame worden gericht naar de openbare weg en/of ruimte;

2.. Aanvullend op het eerste lid geldt voor tribunes het volgende uitgangspunt:

  • - reclame is uitsluitend naar het veld gericht toegestaan.

3.. Aanvullend op het eerste lid gelden voor gevelreclame de volgende uitgangspunten:

  • - de naam en/of het logo is maximaal 2 m²;
  • - aanlichten is toegestaan;
  • - de naam en/of het logo in een lichtreclame is maximaal 1 m²;
  • - merkreclame is maximaal 1 m² en wordt uitsluitend op of tegen de gevel van (club)gebouwen geplaatst.

4.. Aanvullend op het eerste lid gelden voor vrijstaande reclame-uitingen de volgende uitgangspunten:

  • - de naam en/of het logo is maximaal 2 m²;
  • - reclameborden rondom sportvelden zijn naar het veld gericht;
  • - aanlichten en/of lichtreclame is niet toegestaan;
  • - maximaal 5 vlaggenmasten van per stuk maximaal 6 meter hoog zijn per (club)gebouw toegestaan.

5.. Bij het voeren reclame voor verkooppunten van motorbrandstoffen gelden de volgende algemene uitgangspunten:

  • - alleen bedrijfsgebonden merkreclame, logo en/of naamsaanduiding en aankondiging van interne acties mogen worden geplaatst;
  • - verwijsreclame is niet toegestaan;
  • - lichtreclame is alleen toegestaan tegen de luifelrand, de pompeilanden en de pompshop;
  • - brandstofproducten- of prijsborden zijn alleen inwendig zwak verlicht of zwak aangelicht;
  • - oplichtende tekst en/of cijfers zijn niet toegestaan;
  • - verlichting ten behoeve van reclamedoeleinden mag geen hinderlijke instraling hebben op woningen en omgeving;
  • - de vormgeving, plaats en kleur moet afgestemd zijn op de desbetreffende gevelopzet;
  • - reclameobjecten worden verkeersveilig geplaatst;
  • - er is minimaal een vrije doorgang op het trottoir van 1,5 meter breed.

6.. Aanvullend op het vijfde lid gelden voor gevelreclame de volgende uitgangspunten:

  • - bij plaatsing tegen de gevel is maximaal 10% van het betreffende geveloppervlakte bedekt;
  • - bij plaatsing tegen de gevel is maximaal 3% van het betreffende geveloppervlakte bedekt met lichtreclame;
  • - maximaal 15% van het betreffende geveloppervlakte is bedekt met dakranden en boeidelen in de huisstijl;
  • - bij plaatsing tegen de gevel zijn maximaal 3 vlaggen met elk een oppervlakte van maximaal 1 m² toegestaan.
  • - bij plaatsing op de dakrand is maximaal 5% van het betreffende geveloppervlakte bedekt;
  • - bij plaatsing op de dakrand is maximaal 5 m² aangelicht of als lichtreclame toegestaan;
  • - bij plaatsing op de dakrand zijn maximaal 5 vlaggen met elk een oppervlakte van maximaal 1 m² toegestaan;
  • - dakranden en boeidelen van een luifel mogen in huisstijlkleuren met logo worden uitgevoerd;
  • - verlichting aan de luifel is alleen toegestaan op de naar de weg toegekeerde zijde.