Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Initiatiefplan

Onderdeel van Routeboekje Collectief Particulier opdrachtgeverschap in Gemeente Breda

Er zijn drie hoofdroutes om tot een CPO ontwikkeling op een CPO-kavel te komen: Route 1: een CPO-ontwikkeling, nog zonder CPO in een project van een derde; Route 2: een CPO-ontwikkeling, nog zonder CPO op eigendom van de gemeente, en Route 3: het CPO heeft (grip op) een eigen locatie. In dit stuk wordt uitgegaan van een wijziging van het bestemmingsplan. In het geval van een omgevingsvergunning met afwijking gelden grotendeels dezelfde bepalingen. In de diverse overeenkomsten zullen daar waar nodig aanvullende afspraken worden gemaakt. Onderhavig hoofdstuk is tevens van toepassing op transformatie van bestaand vastgoed ten behoeve van CPO. Route 1: CPO-ontwikkeling, nog zonder CPO in een project van een derde Vaak heeft een particulier of ontwikkelaar CPO-kavel in eigendom waarop hij woningen wenst te ontwikkelen. Omdat in dit geval de medewerking van de gemeente nodig is, kan de gemeente eisen dat op deze CPO-kavel ruimte wordt gereserveerd voor CPO. Dit kan betrekking hebben op het gehele perceel, maar het kan ook een gedeelte van het perceel betreffen. Route 2: CPO-ontwikkeling, nog zonder CPO op eigendom van de gemeente Ook kan de gmeente op eigen gronden ruimte reserveren voor CPO. Dan zijn ook de bepalingen uit dit Routeboekje van toepassing. Het CPO zal dan rechtstreeks met de gemeente de mantelkoopovereenkomst sluiten. De gemeente zal een procedure volgen om CPO te borgen in het bestemmingsplan of mogelijk te maken met een omgevingsvergunning met afwijking. Route 3: CPO met (grip op) eigen locatie Een CPO draagt zelf een locatie aan en heeft aantoonbaar grip op de CPO-kavel. Het CPO is als collectief eigenaar van de CPO-kavel of het CPO heeft een (onvoorwaardelijke) koopovereenkomst gesloten met de eigenaar. In dit geval is vanzelfsprekend geen sprake van loting. Indien woningbouw c.q. bewoning niet rechtstreeks is toegestaan, is een bestemmingsplanwijziging danwel een omgevingsvergunning met afwijking noodzakelijk. Na de eerste check door het CPO zelf op de bestaande regelgeving voor de betreffende locatie kan het CPO een initiatiefplan indienen. Intake-procedure (zie: www.breda.nl/initiatiefplan) Indien woningbouw niet rechtstreeks op de gewenste locatie is toegestaan, is medewerking van de gemeente nodig. De Initiatiefnemer of, in geval van Route 3, het CPO voert eerst zelf een check uit op de bestaande wet- en regelgeving die van toepassing is op de locatie. Dit geeft een eerste beeld bij de mogelijkheden en onmogelijkheden op deze locatie. Met de indiening van het initiatiefplan vraagt de Initiatiefnemer dan wel het CPO de gemeente of zij wil meewerken om de realisatie van het plan planologisch mogelijk te maken. Het plan wordt beoordeeld en de uitkomst wordt in een principebesluit van het College vastgelegd. Het principebesluit kan het volgende inhouden. De gemeente staat positief tegenover deze ontwikkeling en wil haar medewerking verlenen. In dat geval zal de gemeente adviseren dat: Voor de uitvoering van het plan een wijziging van het bestemmingsplan nodig is; of dat het initiatief mogelijk gemaakt kan worden door het verlenen van een omgevingsvergunning met afwijking. Daarbij worden ook randvoorwaarden meegegeven die van toepassing zijn. Bij een positief principebesluit wordt duidelijk aangegeven dat het CPO-woningen betreft conform gemeentelijk beleid en dat onderhavig Routeboekje van toepassing is op de verdere uitwerking van het project. De gemeente wil niet meewerken aan het initiatief. In dat geval is het niet mogelijk om op deze locatie het voorgelegde initiatief te realiseren. In geval van Route 1 zal de gemeente bij een positief principebesluit aangeven welk percentage van het perceel bestemd is voor CPO. Het gemeentelijk beleid is daarop van toepassing, in elk geval bestaande uit het Beleid en onderhavig Routeboekje. Ook kunnen extra aanvullende eisen worden gesteld, zoals bijvoorbeeld bouwen voor een bepaalde doelgroep.

Rechtspraak bij dit artikel