1. Voor de vorderingen op derden wordt een voorziening wegens oninbaarheidgevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
2. Voor openstaande vorderingen betreffende:
a. onroerende zaakbelasting eigenaren;
b. precariobelasting;
c. parkeerbelasting;
d. rioolheffing;
e. afvalstoffenheffing en
f. bijstandsvertrekking,
wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 50.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid of ter grootte van een combinatie van beoordeling en historisch percentage.