VSO en VO scholen bereiden leerlingen voor op verschillende soorten van hoger onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs op het vervullen van een beroep. Ook binnen het vervolgonderwijs zijn er echter leerlingen die het gewenste referentieniveau 2F niet halen. Dit heeft consequenties voor het vervolgonderwijs of voor het vinden en behouden van een baan.
In dat kader hebben scholen ook de verantwoordelijkheid om extra aandacht te besteden aan basisvaardigheden in het curriculum en te zorgen dat leerlingen het gewenste referentieniveau halen.
Doelen
De ontwikkeling en implementatie van een structureel en aanvullend studie- en begeleidingstraject voor studenten met beperkte basisvaardigheden binnen het VO en het MBO.
Meer studenten met beperkte basisvaardigheden, basisvaardig maken (niveau 2F voor taal en/of rekenen).
Meer studenten met beperkte basisvaardigheden laten doorstromen naar een reguliere opleiding en (start)kwalificatie of het voorkomen van voortijdige uitval.
Partners Mbo-scholen, VSO, Pro, VO en BO scholen.
Aanpak
De aanpak is gericht op extra begeleiding van leerlingen met beperkte basisvaardigheden. Scholen kunnen zelfstandig of in samenwerking (bijvoorbeeld in het kader van de ontwikkeling van een doorgaande lijn) de extra begeleiding in basisvaardigheden organiseren. Het gaat om samenwerking tussen PO en het vervolgonderwijs (VO of MBO) of om samenwerking tussen het VO (PO en Vmbo) en het VO/MBO. Het aanbod bestaat uit een nulmeting van het referentieniveau van leerlingen, extra begeleiding, ondersteuning bij studievaardigheden (bijv. technisch lezen), en generieke en/of beroepsgerichte lessen in algemene vaardigheden als taal, rekenen en digitale vaardigheden. Daarnaast kan de begeleiding zich ook richten op zaken zoals het omgaan met culturele verschillen, beleefdheidsvormen, proactieve werkhouding etc. De extra ondersteuning zou minimaal 1 schooljaar kunnen duren. Extra begeleiding kan ook georganiseerd worden in het kader van de ontwikkeling van een doorgaande leerlijn of een doorstroomprogramma (o.a. naar werk).
Er wordt gewerkt met een of meerdere groepen van 15 tot maximaal 20 studenten per groep per jaar. De lessen worden verzorgd door docenten NT1/NT2 afhankelijk van de samenstelling van de groep/groepen. Sommige Vmbo scholen tonen ook interesse in het ontwikkelen van basisvaardigheden van ouders van leerlingen in het Pro en Vmbo.
Ter de financiering van de plannen voor extra ondersteuning in basisvaardigheden zetten scholen eigen middelen in en/of doen een beroep op landelijke subsidieregelingen. De subsidieregeling Tel mee met Taal voorziet in de mogelijkheid om projecten of activiteiten van VO-/Mbo-scholen gericht op bestrijding van laaggeletterdheid onder de ouders van leerlingen te financieren.
Resultaat
Scholen voor BO, VO (PO en Vmbo) en MBO scholen ontwikkelen en bieden taalondersteuning of begeleidingstrajecten voor leerlingen die het referentieniveau 2F voor taal en rekenen niet hebben behaald. Het ondersteunings- of begeleidingstraject is structureel opgenomen binnen het schoolcurriculum.
Aan het eind van het traject hebben leerlingen het gewenste referentieniveau 2F behaald.
Jaarlijks zijn er minimaal 60 leerlingen die een traject volgen/hebben gevolgd.
Wat gaan we doen
Regionaal
In het kader van de uitvoering van het ESF Plus programma dient laaggeletterdheid geagendeerd te worden in de communicatie met de onderwijspartners (VSO en Pro). In dat kader dient benadrukt te worden dat bij de ontwikkeling van trajecten die gericht zijn op de begeleiding en opleiding van kwetsbare leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en het praktijkonderwijs (pro) naar werk, rekening gehouden dient te worden met basisvaardigheden van leerlingen. Gedacht kan worden aan additionele taalondersteuning of extra begeleiding in basisvaardigheden.
Trajecten die uit deze middelen gefinancierd worden kunnen in een samenwerkingsverband van Pro- of Vso scholen georganiseerd worden.
Lokaal
Onder regie van gemeenten:
Gemeenten overleggen met de VO (Vmbo en PO) en MBO scholen op lokaal niveau over de aanpak van laaggeletterdheid binnen het vervolgonderwijs.
Gemeenten peilen de belangstelling van scholen om als individuele school of in samenwerkingsverband laaggeletterdheid op te pakken.
Scholen voor VO (PrO en Vmbo) en MBO ontwikkelen individueel of in samenwerkingsverband plannen of voorstellen voor extra begeleiding of incorporeren deze in bredere trajecten gericht op vervolgonderwijs of werk.
Scholen financieren de plannen uit eigen middelen of doen daarvoor een beroep op landelijke regelingen. De projectleider geeft daarbij de nodige ondersteuning.
Scholen monitoren de voortgang, dragen zorg voor deelrapporten over de voortgang en een eindrapport over de resultaten.
Deelrapporten worden overgedragen aan de projectleider, op basis daarvan wordt een eindrapportage gemaakt ter verantwoording aan het bestuur van de contactgemeente en het ministerie van OC&W.
De projectleider adviseert inhoudelijk over de kwaliteit van de plannen en over mogelijke subsidiekanalen.
Borging. Scholen zoeken naar eigen/structurele middelen om deze initiatieven of samenwerkingsverbanden te borgen in de reguliere werkwijze
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.5.2
Actielijn vervolgonderwijs
Onderdeel van Regioplan Bevordering Basisvaardigheden regio Midden Holland “Een (basis)vaardige regio” 2020-2024