Datum: 23 juni 2021
Inleiding
Met dit woonbehoefteonderzoek dient de vraag naar en het aanbod aan standplaatsen en woonwagens in de gemeente Almelo in kaart te worden gebracht. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft in het beleidskader (Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. Juli 2018, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, publicatienummer; 113803) vastgesteld dat een afbouw- of uitsterfbeleid niet langer is toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen. Dit betekent dat gemeenten tegemoet zullen moeten komen aan de vraag naar standplaatsen en woonwagens wanneer die vraag leeft. Er moet worden voorzien in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen. Zo mogelijk wordt tegemoet gekomen aan de wens om in familieverband samen te leven.
De resultaten van het behoefteonderzoek zullen deel uitmaken van de beleidsnotitie woonwagens en standplaatsen van de gemeente Almelo.
Onderzoeksmethode
De woonbehoefte is in kaart gebracht door het uitzetten van een enquête onder woonwagenbewoners en spijtoptanten in de gemeente. Men kon via een online-tool de vragenlijst invullen en een deel van de respondenten heeft de vragenlijst na verzoek op papier kunnen invullen, zodat ook digitaal minder vaardige respondenten konden mee doen aan de enquête. Daarnaast is er een korte nabelronde geweest, waarbij respondenten nader zijn bevraagd over hun antwoorden indien dat nodig was.
De vragen die gesteld zijn aan woonwagenbewoners en spijtoptanten zijn vooraf afgestemd tussen de woningcorporaties en de gemeente.
Respons
Er zijn in totaal 33 personen uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Daaronder zijn zowel bewoners van de huidige locaties als spijtoptanten. De vragenlijst is uiteindelijk door 26 personen ingevuld. Per huishouden is er 1 enquête ingevuld. De respons van het onderzoek komt daarmee op 79%.
Er is gevraagd de vragenlijst door één persoon per huishouden te laten invullen, het liefst de hoofdbewoner. Er is een uitnodigingsbrief verstuurd en later nog een herinneringsbrief om de respons te verhogen.
Vijf van de uitgenodigde bewoners van de huidige woonwagenlocaties hebben de vragenlijst niet ingevuld en één spijtoptant heeft de vragenlijst niet ingevuld. Er is ook één papieren vragenlijst niet retour gestuurd naar RIGO.
Kenmerken van de respondenten
Tabel 1 Overzicht huishoudens en woonwensen respondenten

Tabel 1 geeft een overzicht van de verschillende respondenten die hebben meegewerkt aan het onderzoek en het hun huishouden. In de volgende paragrafen zullen we terugverwijzen naar deze tabel.
Tabel 2 Woonlocatie respondenten
| Waar woont u? | ||
| In een woonwijk in de gemeente Almelo | 12 | 46% |
| Op een woonwagenlocatie in de gemeente Almelo | 14 | 54% |
| Totaal | 26 | 100% |
Er is aan respondenten gevraagd wat hun huidige woonlocatie is. Uit tabel 2 blijkt dat 14 respondenten woonachtig zijn op een woonwagenlocatie in Almelo. Daarnaast zijn 12 respondenten woonachtig in een woonwijk in de gemeente Almelo. Gemiddeld wonen respondenten die op een woonwagenlocatie wonen daar 30,7 jaar. Gemiddeld wonen respondenten die niet op een woonwagenlocatie maar in een woonwijk (de spijtoptanten) 28,9 jaar in een reguliere woning in de gemeente Almelo. Dat betekent dat een deel van de spijtoptanten dus al jaren geleden naar een reguliere, stenen woning is verhuisd.
Verhuiswens
Tabel 1 laat zien dat 10 respondenten op korte termijn (binnen twee jaar) zouden willen verhuizen naar een woonwagenlocatie in Almelo. Eén respondent wil op middellange termijn (tussen 2 en 5 jaar) verhuizen. Van de respondenten met een verhuiswens wonen 8 in een reguliere woning in een woonwijk in Almelo, twee respondenten wonen op een woonwagenlocatie. Twee respondenten geven aan dat iemand van hun huishouden de wens zou hebben te blijven wonen op de standplaats wanneer zij zelf verhuizen.
Drie respondenten die op korte termijn willen verhuizen geven aan al geruime tijd bezig te zijn met het zoeken naar een standplaats in de gemeente, vaak samen met familieleden.
“Ik ben samen met andere familieleden al enige tijd in gesprek met de gemeente. Ik hoop ook dat we binnenkort iets toegewezen krijgen.”
Er zijn twee respondenten die aangeven in een reguliere woning in een woonwijk in Almelo te wonen, en niet willen verhuizen (naar een standplaats).
Naast de respondenten met een verhuiswens is er een respondent zonder verhuiswens, maar die wel het volgende aangeeft in het gesprek:
“Als er nieuwe standplaatsen bij worden gebouwd zou ik best willen verhuizen en in een kleinere wagen willen wonen, gezien onze leeftijd. Onze kinderen kunnen dan in onze (grote) wagen. Het zou fijn zijn als we met onze kinderen kunnen staan, dan kunnen ze ons helpen als we ouder worden.”
Tabel 3 Verhuisredenen (meerdere antwoorden invullen was mogelijk)
| Wat zijn voor u redenen om te verhuizen? | |
| Gezondheid | 1 |
| Het aantal kamers van de woning/woonwagen | 1 |
| Om zorg te kunnen verlenen | 1 |
| Weet ik niet / geen voorkeur | 1 |
| Samenwonen, scheiding, geboorte van kinderen etc. | 2 |
| De kwaliteit van de woning/woonwagen | 4 |
| De woonlocatie | 4 |
| Sociale redenen (dichter bij familie of vrienden) | 6 |
De belangrijkste reden voor respondenten om te willen verhuizen is om sociale redenen: dichter bij familie en/of vrienden wonen. Daarna komen de woonlocatie en de kwaliteit van de woning/woonwagen als belangrijkste reden om te verhuizen. Vaak geven respondenten ook een combinatie van deze twee redenen op. Familie woont op een woonwagenlocatie, daar wil men graag bij wonen. Ook kan men niet wennen aan het wonen in een stenen huis. De reden studie/werk en de grootte van de woning worden door respondenten niet genoemd.
“We hebben nu veel ruimte, maar toch wennen de stenen muren niet. Het is de manier van leven op het kamp, hoe je met elkaar omgaat, de cultuur. Iedereen stapt zo bij elkaar binnen. Mijn moeder en schoonmoeder wonen op het kamp en ik zie dat mijn zoontje dat ook graag wil. Daarom willen we graag samen als familie.”
Een aantal respondenten noemt ook nog een specifieke andere reden, zoals het verlenen van zorg en de geboorte van kinderen.
“Mijn vrouw heeft een slechte gezondheid. Het zou voor ons handig zijn als we weer in de buurt van familie wonen. Een woonwagen is ook gelijkvloers, dat past bij onze situatie en is prettig.”
“Wij willen graag verhuizen naar een standplaats, binnen nu en twee jaar, omdat we een kleintje opkomst hebben die in de zomer geboren wordt.”
Tabel 4 Verhuislocatie (meerdere antwoorden invullen was mogelijk)
| Waar wilt u naartoe verhuizen? | |
| Een reguliere woning in Almelo | 1 |
| Een woonwagenlocatie buiten Almelo | 2 |
| Een woonwagenlocatie in Almelo | 11 |
Alle 11 respondenten met een verhuiswens hebben de wens om op een woonwagenlocatie in Almelo te wonen. Van deze 11 respondenten hebben twee aangegeven eventueel ook wel naar een woonwagenlocatie buiten Almelo te willen verhuizen, dit wordt als een eventueel alternatief gezien als verhuizen naar een standplaats in Almelo niet lukt. Daarnaast geeft één van de 11 respondenten aan eventueel ook wel naar een andere reguliere woning in Almelo te willen verhuizen. Een reguliere woning buiten Almelo en geen voorkeur worden niet als antwoordopties benoemd.
Zes respondenten geven aan geen specifieke voorkeur te hebben voor een locatie, maar waar er plek is, het liefst met de mogelijkheid met familie samen. Dat kan een bestaand locatie zijn (al geeft men ook aan dat daar momenteel geen ruimte is), maar een nieuwe locatie wordt ook twee keer genoemd. Vier respondenten noemen een specifieke locatie namelijk: De Jan Tooropstraat, Ossenkoppelerhoek, Windmolenbroek, Schelfhorst en Sluitersveld.
“Op Sluitersveld stonden er twee wagens, mochten die plekken beschikbaar komen houd ik mij graag aanbevolen. Maar zou met elke willekeurige plek tevreden zijn, mijn gevoel zit in de wagen zelf.”
“Op dit moment is er op de huidige woonwagenkampen geen plek vrij dus dat zou nader bepaald moeten worden.”
Tabel 5 Gewenste woonsituatie
| Wat zou de gewenste woonsituatie zijn bij een verhuizing? | |
| Een reguliere gehuurde woning | 1 |
| Een eigen koop-woonwagen en eigen koop-standplaats | 2 |
| Een eigen koop-woonwagen en gehuurde standplaats | 3 |
| Een gehuurde woonwagen en gehuurde standplaats | 5 |
Van de 11 respondenten met een verhuiswens geven vijf aan te willen verhuizen naar een gehuurde woonwagen op een gehuurde standplaats (van deze vijf respondenten geeft één respondent in de opmerkingen aan dat een koopwagen op een gehuurde standplaats ook een optie zou zijn). Drie andere respondenten geven aan te willen verhuizen naar een koop-woonwagen op een gehuurde standplaats (deze drie respondenten hebben allen in de opmerkingen aangegeven eventueel ook te willen verhuizen naar een koop-woonwagen en koop-standplaats, afhankelijk van wat mogelijk is).
Tabel 6 Zoekacties woningzoekenden (meerdere antwoorden invullen was mogelijk)
| Bent u actief op zoek naar een (andere) standplaats/ woning? | |
| Ja, ik zoek via een makelaar | 1 |
| Ja, ik zoek via internet (Funda of andere aanbieder) | 1 |
| Ja, ik zoek via particuliere verhuurders | 1 |
| Ja, ik probeer via familie en vrienden op de hoogte te blijven van vrijkomende standplaatsen | 4 |
| Ja, ik heb woningcorporatie(s) laten weten op zoek te zijn naar een (andere) standplaats | 8 |
| Ja, ik ben ingeschreven bij Woonburo Almelo en houd het aanbod in de gaten | 10 |
De meeste respondenten die op zoek zijn naar een standplaats hebben zich ingeschreven bij Woonburo Almelo, al zijn de meeste respondenten zich ervan bewust dat via het Woonburo niet mogelijk is op standplaatsen te reageren. Ze schrijven zich bijvoorbeeld ook in voor een garagebox, om zo toch wachttijd op te bouwen. Daarnaast zijn er respondenten die direct met de gemeente contact proberen te zoeken.
“Mijn familie voert al een hele tijd gesprekken met de gemeente, om op deze manier samen terug te komen in een woonwagen.”
Inwonende (klein)kinderen en overige familieleden
Zeven respondenten hebben aangegeven een inwonend (klein)kind te hebben dat zou willen verhuizen naar een eigen woonwagenstandplaats in Almelo. Voor twee respondenten met inwonende (klein)kinderen met een verhuiswens geldt dat zij in een reguliere woning in een woonwijk in Almelo wonen. De vijf andere respondenten met inwonende (klein)kinderen wonen op een woonwagenlocatie in Almelo.
Drie respondenten geven aan dat hun inwonende (klein)kinderen op korte termijn (binnen twee jaar) zouden willen verhuizen naar een standplaats. Twee respondenten geven aan dat hun (klein)kinderen op middellange termijn willen verhuizen naar een standplaats. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de leeftijd van de (klein)kinderen, die ligt iets lager (tussen de 18 en 20) dan de leeftijd van de (klein)kinderen van respondenten die po korte termijn willen verhuizen (tussen de 22 en 37). Eén respondent geeft aan niet te weten wanneer het inwonende (klein)kind precies wil verhuizen (Daarnaast geeft een respondent aan dat haar volwassen zoon mettertijd haar stansplaats zou willen overnemen. Deze respondent valt niet onder de zeven respondenten met (klein) kinderen met een actieve verhuiswens)
“Onze inwonende dochter van begin 20 wil graag naar een eigen wagen verhuizen. Haar jongere broertje wil dat misschien op termijn ook.”
Alle respondenten met inwonende kinderen geven aan dat hun kinderen het liefst naar een woonwagenlocatie in Almelo willen verhuizen. Voor de (klein)kinderen van vijf respondenten zou een gehuurde standplaats met een gehuurde woonwagen de voorkeur hebben. Voor (klein) kinderen van twee van de respondenten zou de gewenste woonsituatie een koop-woonwagen en een gehuurde standplaats het ideaal zijn. Voor de (klein) kinderen van de achtste respondent zou een koop-woonwagen op een koopstandplaats het beste werken.
Inwonende (klein)kinderen zoeken op verschillende manieren naar een standplaats. Zo hebben ze de woningcorporaties benaderd (vier keer ingevuld), zoeken zij via familie en vrienden (twee keer ingevuld) en zijn zij ingeschreven bij het Woonbureau Almelo (2 keer ingevuld).
Naast de inwonende (klein) kinderen geven mensen aan ook nog andere familie leden te hebben die niet inwonende zijn maar wel op zoek zijn naar een standplaats. Vaak zijn dat uitwondende kinderen (die in een reguliere woning wonen), neven en nichten. De meeste van deze spijtoptanten hebben de vragenlijst ook zelf ingevuld.
“Mijn zoon woont in een mooi vrijstaand koophuis in Almelo, maar hij kan er niet aarden, dat lukt niet. Onze cultuur is anders. Je kan doen en laten wat je wil op het kamp. Dat is moeilijk te begrijpen als je zelf niet bent opgegroeid in een woonwagen.”
De woonomgeving
In het onderzoek is respondenten gevraagd naar wat zij belangrijk vinden in hun woonomgeving. Zaken die het meest genoemd worden zijn een kindvriendelijke woonomgeving, bijvoorbeeld de toegang tot speelvoorzieningen. Daarnaast wordt een aantal maal genoemd dat men het van belang vindt niet ‘weg te worden gestopt’ op een industrieterrein of ergens anders ver centrale voorzieningen. Juist de nabijheid van voorzieningen wordt belangrijk gevonden (een winkelcentrum, scholen etc.)
Ook wordt de fysieke woonomgeving een aantal keer genoemd: men wil graag ruime standplaatsen met nette sanitaire units bij de woonwagens (afhankelijk van het type woonwagen) en ook een nette en goed onderhouden woonomgeving wordt belangrijk gevonden. Het gaat dan om de onderhoud van het openbare groen, de bestrating en verlichting. Soms lijkt die op de huidige locaties te wensen over te laten.
“We wonen naar tevredenheid op deze locatie. Het openbare groen wordt wel slecht onderhouden, dan ga ik zelf maar weer in de weer om het netjes te maken.”
Meerdere respondenten benoemen ook de grootte van de woonwagenlocaties. De algemene houding is dat men meer ziet in meerdere kleinere locaties (met maximaal 10 standplaatsen) , waar families bij elkaar kunnen wonen, dan bijvoorbeeld een aantal grotere locaties.
“Met grote kampen krijg je gemieter. Liever meerdere kleinere kampjes, daar kan dan één familie staan, dat is het mooiste. Dan krijg je geen onenigheid over wie er wel of niet bij mag komen.”
Overige informatie
Van de 11 respondenten die hebben aangegeven een verhuiswens te hebben, geven zes aan dat zij denken in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Drie respondenten geven aan dat zij denken niet in aanmerking te komen. Drie respondenten met een verhuiswens denken dat zij in aanmerking komen voor huurtoeslag. Vier respondenten denken dat zij niet in aanmerkingen komen voor huurtoeslag.
De behoefte aan standplaatsen
De woonbehoefte wordt bepaald door de vraag naar standplaatsen af te zetten tegen het aanbod aan standplaatsen.
Het aanbod aan standplaatsen
In Almelo zijn er 23 standplaatsen, waarvan er 21 plaatsen bezet zijn en een drietal nog vrij. Woningcorporaties Beter Wonen en St. Joseph hebben beide de eigendom van 10 standplaatsen. Daarnaast bezit de gemeente twee standplaatsen en is er één standplaats in particulier bezit. Hieronder een overzicht van de locaties binnen de gemeente Almelo.
Tabel 7 Overzicht locaties en woonwagens
| Aantal plaatsen | Bezette plaatsen | |
| Schuilenbergsweg | 3 | 3 |
| Oude Windslaan | 5 | 5 |
| Dikkersweg | 8 | 8 |
| Leemhorst | 2 | 2 |
| Burcht | 1 | 0 |
| Jan Tooropstraat | 4 | 3 (en 1 in proces tot bezetten) * |
| Totaal | 23 | 21 |
* Beter Wonen is inmiddels bezig met het toepassen van nieuw woonwagenbeleid op deze locatie, waardoor deze standplaatsen op termijn bezet zullen worden met woonwagens.
Respondenten geven in de enquête en de gesprekken aan het gevoel te hebben dat er veel te weinig plekken zijn en dat er ook maar zelden een plek vrijkomt. Zij horen in hun omgeving regelmatig van mensen dat zij op zoek zijn naar een standplaats, en soms zoekt zelfs een hele familie gezamenlijk een plek.
Twee respondenten hebben aangegeven op een woonwagenlocatie te wonen en zelf op korte termijn te willen verhuizen. Voor beide respondenten geldt dat er inwonende familieleden zijn die op de standplaats willen verhuizen indien deze twee respondenten verhuizen. Dat betekent dat als deze respondenten hun verhuiswens vervullen, er geen woonwagenstandplaatsen beschikbaar komen, en er dus feitelijk geen mutatie kan plaatsvinden. Het aanbod blijft daarmee, op dit moment, op twee beschikbare woonwagenstandplaatsen.
De vraag naar standplaatsen
Uit het woonbehoefteonderzoek blijkt dat er op verschillende manieren een vraag naar standplaatsen in Almelo is. Zo is er de vraag van de spijtoptanten die op dit moment in huis wonen, maar graag zouden terugkeren naar een woonwagen. Op basis van het onderzoek kan dat aantal worden vastgesteld op acht huishoudens van spijtoptanten.
Naast de vraag van spijtoptanten is er ook nog de vraag naar standplaatsen van inwonende (klein) kinderen. Dit aantal is wat minder makkelijk te duiden, omdat de behoefte van deze groep zich uitgesmeerd over de tijd zal voordoen, omdat jongere kinderen wellicht pas later hun verhuiswens zullen willen vervullen. Als er gekeken wordt (zie tabel 1) naar de leeftijdscategorieën van de verschillende inwonende kinderen kan geschat worden dat in elk geval vier thuiswonende, volwassen kinderen een directe verhuiswens hebben (op korte termijn willen verhuizen). Daarnaast zijn er zeven thuiswonende kinderen die op middellange termijn naar een standplaats willen verhuizen of waarvan de verhuistermijn nog niet duidelijk is, deze vraag zal zich waarschijnlijk uitspreiden door de tijd.
De totale, directe vraag aan standplaatsen komt daarmee op 12. Daar bovenop is er een indirecte vraag naar 7 woonwagenstandplaatsen.
Aanbod en vraag afgezet
Zoals in de vorige paragrafen benoemd zijn er in totaal 23 standplaatsen in de gemeente Almelo. Daarvan zijn er 21 bezet. Dat betekent dat er in theorie twee standplaatsen beschikbaar zijn.
De vraag, zoals gebaseerd op dit onderzoek, komt op 12 standplaatsen uit. Wanneer de twee vrijstaande standplaatsen zouden worden ingevuld, betekent dat, dat er in de gemeente Almelo in elk geval een direct tekort is aan 10 standplaatsen voor woonwagens. Daarnaast is er ook nog de indirecte behoefte, van natuurlijke aanwas en jongere kinderen die mogelijk op termijn naar een eigen standplaats willen verhuizen. Wanneer deze zou worden meegenomen in de behoefteberekening komt het (indirecte) behoefte aan standplaatsen komen op in totaal 17 extra standplaatsen in de gemeente Almelo, al zal deze behoefte zich uitgesmeerd voordoen in de tijd.
Voorzien in de behoefte
Het onderzoek heeft aangetoond dat er een behoefte leeft in de gemeente Almelo aan extra standplaatsen voor woonwagens. Op welke wijze er in de behoefte aan extra standplaatsen wordt voorzien is een keuze die gezamenlijk (gemeente, corporaties, woonwagenbewoners) moet worden gemaakt.
Het beleidskader van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benadrukt dat gemeenten ruimte moeten geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners, door voldoende standplaatsen te faciliteren. Hiermee wordt de kans voor woonwagenbewoners om op redelijke termijn een standplaats te vinden vergroot. Dit betekent overigens niet dat iedere woonwagenbewoner die dat wil direct een standplaats dient te krijgen, zolang er maar binnen die redelijke termijn in de behoefte wordt voorzien. Het ministerie hanteert hierbij de stelregel dat met redelijke termijn uitgegaan kan worden van de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning in de gemeente. In de Wegwijzer Woonwagen- en Stanplaatsenbeleid van de VNG (2021, p. 38) nuanceert dit iets:
“In de basis is deze referentie een goed uitgangspunt voor de wachttijd voor een standplaats. Maar in de huidige situatie waarin de meeste gemeenten te maken hebben met een tekort aan standplaatsen, is deze norm voor de wachttijd niet van vandaag op morgen te bewerkstelligen. Het realiseren van nieuwe standplaatsen kost tijd (zoeken van uitbreidingsplekken, afspraken maken met betrokken partijen, tegemoetkomen aan woonwensen van woonwagenbewoners). Het is daarom zaak om woonwagenbewoners een reëel, maar ook haalbaar uitzicht te bieden om een passende woonplek. In ieder geval is het belangrijk om samen met woonwagenbewoners en woningcorporatie een reële norm voor het inlopen van het bestaande tekort en de referentie voor de wachttijd te bepalen. Uitgangspunt daarbij is wel dat woonwagenbewoners binnen afzienbare tijd kans maken op een standplaats. Wat gemeente en corporaties hieronder verstaan en hoe zij dat willen bereiken, moet in gezamenlijkheid met de woonwagenbewoners besproken worden.”
Naast de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een standplaats te vinden dicht het Ministerie de culturele identiteit en de daarmee samenhangende woonwens van woonwagenbewoners een belangrijk rol toe. Dat is ook in dit onderzoek naar voren gekomen: de mogelijkheid met familie samen te wonen wordt als zeer belangrijk benoemd, en als essentieel onderdeel van het leven op een woonwagenlocatie.