Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Onderdeel van Treasurystatuut 2019

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle. Vooraf wordt altijd aan de portefeuillehouder Financiën kenbaar gemaakt dat, anders dan schatkistbankieren, geld uitgezet of aangetrokken gaat worden, waarbij de looptijd van de lening en het volume wordt gemeld; De portefeuillehouder bevestigt schriftelijk (bijvoorbeeld per mail) in te stemmen met het in lid 1 bedoelde voorstel; De portefeuillehouder wordt na het sluiten van de overkomst geïnformeerd over de gerealiseerde condities; De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten dienen op eenduidige wijze schriftelijk te worden vastgelegd; De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat: de uitvoering rechtmatig en doelmatig is; de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn; Bevoegdheden dienen via delegatie en mandaat nader schriftelijk te worden vastgelegd; Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe); de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.

Rechtspraak bij dit artikel