Naar hoofdinhoud
1.. Met betrekking tot elk agendapunt stelt de voorzitter de leden van gedeputeerde staten in de gelegenheid hun mening hierover kenbaar te maken. 2.. Wanneer de voorzitter van oordeel is dat een onderwerp voldoende is toegelicht, stelt hij voor de beraadslaging te sluiten. 3.. Nadat de beraadslaging over een onderwerp is gesloten wordt tot stemming overgegaan, als een van de leden dat verlangt. Als geen van de leden stemming verlangt, wordt het voorstel, al dan niet naar aanleiding van de beraadslaging gewijzigd, aangenomen. 4.. Een voorstel wordt unaniem dan wel bij meerderheid van stemmen aangenomen. 5.. Ter vergadering aanwezige leden kunnen aantekening vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd dan wel verzoeken een minderheidsstandpunt in de verslaglegging te doen opnemen. 6.. Van agendapunten die vooraf, conform artikel 8 lid 3, zijn aangemerkt als hamerstuk, stelt de voorzitter vast dat deze conform zijn besloten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel