1.. Het college ziet in individuele situaties af van (verdere) invordering en gaat over tot administratieve afboeking wanneer:

  • - de (restant) vordering een bedrag van € 300,00 niet te boven gaat, en
  • - voor zover geen verrekening met een uitkering mogelijk is, en
  • - het treffen van (verdere) invorderingsmaatregelen, naar het oordeel van het college, niet (langer) doelmatig is.

2.. Bij een (restant) vordering van € 300,00 en meer, kan het college ook omwille van doelmatigheidsredenen besluiten om van (verdere) invordering af te zien en tot administratieve afboeking over te gaan, als:

  • - incasso van de vordering gedurende vijf jaar onmogelijk is gebleken, en
  • - het niet aannemelijk is dat belanghebbende op enig moment nog betalingen zal gaan verrichten.