De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet Toelating Zorginstellingen;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, lid 1 van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;
door een minderjarige die tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan een scoutingkamp op scoutingterrein;
door begeleiders van minderjarigen als bedoeld in het derde lid.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2022