1.. Budgethouders met een leidinggevende functie wijzen per budget één (of bij uitzondering meerdere) kredietbeheerder(s) aan.

2.. Indien een budgethouder geen leidinggevende functie vervult, zoals bijvoorbeeld een projectleider, vindt aanwijzing van de kredietbeheerder(s) plaats door de hoofdbudgethouder.

3.. Een budgethouder neemt bij de aanwijzing van een kredietbeheerder dezelfde voorschriften in acht zoals gesteld in artikel 4, lid 1. Zij kunnen instructies krijgen van de (hoofd)budgethouder.

4.. Naast het gestelde in het bovenstaande lid is de rol van kredietbeheerder niet verenigbaar met de rol van budgethouder of tekeningsbevoegde.