Artikel 17 lid 1 Participatiewet en artikel 13 IOAW/IOAZ geven aan dat belanghebbende onverwijld uit eigen beweging mededeling dient te doen van alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op arbeidsinschakeling of recht op bijstand.
Voor het begrip onverwijld hanteert het college de regel dat de belanghebbende nadat het feit zich heeft voorgedaan, hier melding van dient te doen op het eerstvolgende in te leveren statusformulier, voor zover het feiten betreft waarnaar op het statusformulier wordt gevraagd.
Voor zover het feiten en omstandigheden betreft waarnaar op het statusformulier niet wordt gevraagd wordt onder onverwijld verstaan onmiddellijk nadat het feit of de omstandigheid zich heeft voorgedaan.
Tot feiten en omstandigheden die van invloed zijn op de arbeidsinschakeling en het recht op bijstand rekent het college in ieder geval (onbetaald)werk, inkomsten, woon- en leefsituatie, vermogenspositie en scholingsactiviteiten.
Voor wat betreft de feiten die van invloed zijn op de arbeidsinschakeling stelt het college dat in ieder geval gegevens dienen te worden verstrekt over:
Arbeidssituatie en arbeidsverleden
Genoten opleidingen en behaalde diploma's
(Onbetaald) werk of scholingsactiviteiten
Vakantie(s)
Verblijf in het buitenland
Lichamelijke of psychische belemmeringen bij de arbeidsinschakeling
Detentie
Verslavingsproblematiek
Schuldenproblematiek
Eventuele indicatie SW en reden beëindiging SW-dienstverband
Noodzaak tot kinderopvang
Verhuizing naar andere woongemeente
Bovenstaande staat los van de inlichtingenplicht die belanghebbende heeft om bij het college voor de uitkering relevante zaken door te geven.
Hoofdstuk
Artikel 1
Inlichtingenplicht
Onderdeel van Beleidsregels Verplichtingen, maatregelen en tegenprestatie 2022