Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11.

Medische en medisch gerelateerde kosten

Onderdeel van Beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet 2022

Als uitgangspunt geldt dat geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor medische kosten. In de regel zullen deze kosten vallen onder een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van de wet. Hierbij kan worden gedacht aan de Zorgverzekeringswet en de Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekering (CAZ) van de gemeente Nijmegen in het bijzonder. In aanvulling op deze hoofdregel hanteert het college het volgende beleid. Situatie rechthebbende CAZ-verzekerd Niet CAZ-verzekerd, maar wel aanvullend verzekerd Niet CAZ-verzekerd en niet aanvullend verzekerd Eigen bijdrage Wmo Kosten worden vergoed door verzekeraar Ofwel verzekeraar vergoedt, anders bijzondere bijstand mogelijk tot volgende overstapmogelijkheid Bijzondere bijstand mogelijk tot volgende overstapmogelijkheid Tandartskosten (geen orthondontie) CAZ vergoedt deel, bijzondere bijstand als aanvulling mogelijk naar hoogte van bedrag van gunstigste CAZ-pakket. Verzekeraar vergoedt deel, bijzondere bijstand als aanvulling mogelijk naar hoogte van bedrag van gunstigste CAZ-pakket. Geen bijzondere bijstand. Bril/lenzen Geen bijzondere bijstand. Bijzondere bijstand mogelijk tot bedrag dat men in CAZ (gunstigste pakket) zou hebben ontvangen. Geen bijzondere bijstand. Hoortoestel Bijzondere bijstand mogelijk voor eigen bijdrage naar hoogte van CAZ-bedrag voor hoortoestellen. Idem als bij CAZ-verzekerden, tot volgende overstapmogelijkheid. Geen bijzondere bijstand. Pedicure Geen bijzondere bijstand. Alleen bij medische noodzaak vergoeding mogelijk tot hoogte van gunstigste CAZ-pakket, tot volgende overstapmogelijkheid. Geen bijzondere bijstand. Toelichting: Waar vermeld staat dat geen bijzondere bijstand wordt verstrekt, of het bedrag is gemaximeerd, geldt dat men zich dient te realiseren dat het een beoordeling in het kader van bijzondere bijstand betreft. Individuele situaties kunnen altijd noodzaken tot afwijken van deze hoofdregel. Hierbij valt te denken aan situaties met een medische noodzaak. Waar gesproken wordt van ‘overstapmogelijkheid’, geldt dat van iemand verwacht mag worden dat hij zo spoedig mogelijk kiest voor de aanvullende zorgverzekering die het beste aansluit bij de medische kosten die hij kan voorzien. Dat zal in de regel het eerstvolgende kalenderjaar zijn. Dit ligt anders bij de rechthebbenden die vanwege een betalingsachterstand feitelijk niet kunnen wisselen van zorgverzekering. Van deze rechthebbenden wordt verwacht dat zij alles in het werk stellen om de blokkade voor overstappen op te heffen. Ter overbrugging is bijzondere bijstand mogelijk. Na vier jaar wordt van iemand verwacht via wettelijke of minnelijke schuldsanering schuldenvrij te zijn, waarbij drie jaar voor de regeling geldt en een jaar om deze op te starten. Na deze periode zal op individueel niveau bekeken moeten worden of er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid of dat bijzondere omstandigheden noodzaken tot verlengen van de periode. Medisch gerelateerde kosten Aantoonbare meerkosten Het college beschouwt de medisch gerelateerde aantoonbare meerkosten die belanghebbenden die behoren tot de doelgroep kunnen hebben in het kader van bijzondere bijstand als noodzakelijke kosten. Het betreft dan onder andere mogelijke meerkosten van kledingslijtage, bewassing, stookkosten, maaltijden en personenalarmering. Voor een advies over de noodzaak voor de meerkosten voor kledingslijtage, stookkosten of bewassingnaar aanleiding van een ziekte of beperking wordt een extern onafhankelijk bureau ingeschakeld. De indicatie is geldig voor de duur van maximaal 5 jaar, tenzij uit de indicatie blijkdat er sprake is van een blijvende ziekte of beperking. Dan hoeft er geen nieuwe indicatie meer te worden gevraagd. Kledingvervanging Het college acht bijzondere bijstand voor vervanging van kleding mogelijk in het geval dat de belanghebbende in verband met ziekte of een beperking in ieder geval binnen een termijn van 6 maanden noodzakelijkerwijs zijn garderobe moest aanpassen vanwege een sterk gewijzigde lichaamsomvang. De volgende punten zijn in het algemeen geen reden om bijstand te verlenen: Gewichtsverlies als gevolg van een al dan niet op medisch advies tot stand gekomen vermagering; afwijkende lichaamsbouw waarvoor maatkleding nodig is; aanschaf van kleding in verband met een seksetransformatie; het betalen van de eigen bijdrage van Orthopedisch schoeisel Voor de hoogte van de vergoeding wordt een kledingpakket voor een volwassene van de Nibudprijzengids aangehouden. Kledingslijtage Het college gaat ervan uit dat als gevolg van een medische of sociale handicap sprake kan zijn van meer dan algemeen gebruikelijke kosten voor herstel of vervanging van kleding. Deze kosten doen zich met name voor bij het gebruik van kunst- en hulpmiddelen en het gebruik van geneesmiddelen. Voor kinderen onder de 4 jaar worden deze kosten als normaal beschouwd. Gebruikers van alleen (elleboog)krukken hebben geen extra kosten omdat zich nauwelijks slijtage voordoet. Aantoonbare meerkosten waskosten Het college beschouwt de kosten die de belanghebbende die in een inrichting verblijft moet maken voor het uitbesteden van de was, indien de was niet uitbesteed kan worden aan familieleden, als noodzakelijke kosten. Het bedrag dat verschuldigd is om de was uit te besteden aan de inrichting wordt dan vergoed. Kosten deskundigheidsverklaring transgenders De kosten die transgenders maken voor de wijziging van de identiteit in hun geboorteakte en in de Basisregistratie Personen worden als noodzakelijke kosten aangemerkt. Het betreft dan de kosten van een deskundigheidsverklaring, de kosten ter verkrijging van deze verklaring en de kosten voor de wijzing van de geboorteakte en identiteitswijziging in de Basisregistratie Personen.

Rechtspraak bij dit artikel