Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12.

Bijzondere bijstand voor reiskosten

Onderdeel van Beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet 2022

Reiskosten behoren tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten welke uit de bijstandsnorm kunnen worden voldaan. Als uitzondering op deze hoofdregel hanteert het college de volgende regel: Voor vergoeding van reiskosten via de bijzondere bijstand komen in aanmerking de belanghebbenden die: Bezoek brengen aan gedetineerden in Nederland. De gedetineerde moet een partner of een eerste- of tweedegraads bloedverwant zijn. De vergoeding is maximaal 2 maal per maand en voor maximaal 2 personen. Bezoek brengen aan partner, of een eerste- of tweedegraads bloedverwant die buiten Nijmegen is opgenomen in een ziekenhuis of verpleeginrichting. De vergoeding is maximaal 2 maal per maand en voor maximaal 2 personen. Bezoek brengen aan een kind dat door Jeugdzorg in het kader van een OTS buiten Nijmegen uit huis is geplaatst. De vergoeding is maximaal 2 maal per maand en voor maximaal 2 personen. Incidenteel komen extra bezoeken in verband met gesprekken op de instelling, waar het kind verblijft, ook voor vergoeding in aanmerking. Een ten laste komend kind hebben, dat onderwijs volgt buiten Nijmegen en dat kind, gelet op de leeftijd, nog niet kan beschikken over een OV jaarkaart. Voorwaarde is wel dat dit onderwijs niet in Nijmegen te volgen is. Vergoeding vindt plaats op basis van het openbaar vervoer. Een eigen bijdrage moeten voldoen voor medisch noodzakelijke reiskosten wanneer deze niet of niet volledig vergoed worden vanuit de aanvullende verzekering. Hoogte bijzondere bijstand Als voldaan is aan een van bovenstaande voorwaarden is bijzondere bijstand mogelijk naar de hoogte van: bij gebruik van openbaar vervoer: een reis in de tweede klas van het openbaar vervoer; bij gebruik van auto: € 0,19 per kilometer, tot maximaal het bedrag dat op basis van openbaar vervoer verstrekt zou zijn.

Rechtspraak bij dit artikel