Naar hoofdinhoud

Artikel 22

Instandhouding archeologische terreinen

Onderdeel van Erfgoedverordening Súdwest-Fryslân 2021

Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in strijd met bij een vergunning behorende voorschriften, de bodem dieper dan 40 cm onder het maaiveld te verstoren in een: gemeentelijk monument; in een gebied met een hoge archeologische waarde; in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde. Van de verstoringsdiepte genoemd in lid 1 kan naar boven of naar beneden worden afgeweken bij een gemeentelijk monument of in een gebied met een hoge archeologische waarde als dit: bij een afwijking naar boven aantoonbaar noodzakelijk wordt geacht voor het behoud van de archeologische waarden; bij een afwijking naar beneden dit aantoonbaar het behoud van de archeologische waarden niet zal schaden. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: het de aanleg van systematische drainage betreft, mits sleufloos uitgevoerd; het een verstoring betreft van: een gemeentelijk archeologisch monument; een gebied met hoge archeologische waarde; een gebied met archeologische verwachtingswaarde; de ingreep kleiner is dan de oppervlakte die in de desbetreffende advieszone van de gemeentelijke FAMKE wordt aangegeven; in het geldend bestemmingsplan regels zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg en archeologische waarden. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; in een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. in een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder h van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (sloopvergunning in beschermde stads- en dorpsgezicht) voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van: een gemeentelijk archeologisch monument; een gebied met hoge archeologische waarde; een gebied met archeologische verwachtingswaarde; een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd of; de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad of; in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. sprake is van een verschuiving van een bouwvlak in een gebied met hoge archeologische waarde naar een aangrenzend gebied met een archeologische verwachtingswaarde, om zodoende te stimuleren om de bekende archeologische vindplaats te behouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel