Indien binnen het grondgebied van de gemeente Súdwest-Fryslân onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van handelingen als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid Erfgoedwet, wordt onverminderd de overige bepalingen van deze wet voorafgaande aan dit onderzoek:
door het college een programma van eisen goedgekeurd, daar waar van toepassing volgens de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);
door de verstoorder een plan van aanpak ter goedkeuring aan het bevoegd gezag voorgelegd, daar waar van toepassing volgens de vigerende kwaliteitsnorm (KNA).
Wordt in het kader van de omgevingsvergunning aanvraag een rapport overgelegd waarvoor archeologisch onderzoek is uitgevoerd, dan zijn tijdens het onderzoek de aanwijzingen van het college daar in opgevolgd. Daarnaast voldoet dit onderzoek aan:
de vigerende kwaliteitsnorm (KNA);
de eisen vanuit de FAMKE;
de Richtlijnen voor archeologisch onderzoek (nadere eisen aan derden binnen de gemeente Súdwest-Fryslân) van de gemeente.
Voor de beoordeling of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag advies aan de gemeentelijk archeoloog.