Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening Stimuleringslening Particuliere Woningverbetering 2021

Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb wijst het college de aanvraag af wanneer: de aanvraag niet of in onvoldoende mate ziet op de activiteiten genoemd in artikel 5, danwel de kosten genoemd in artikel 6; de activiteiten niet bijdragen aan het beleid van de gemeente zoals vastgesteld in de programmabegroting; geen of onvoldoende gemeentelijke financiële middelen beschikbaar zijn; in het beoogde doel of de voorgenomen activiteiten al op een andere wijze in voldoende mate is voorzien; de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen hetzij uit middelen van derde kan beschikken om de activiteiten te realiseren; de verlening de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen door begunstiging van bepaalde ondernemingen of producties als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; aan het pand dezelfde of vergelijkbare voorzieningen binnen 15 jaar voor het tijdstip van de aanvraag met geldelijke steun van overheidswege zijn aangebracht, uitgezonderd woningverbetering en ter beoordeling van het college; de omgevingsvergunning, voor zover deze is vereist, niet is of zal worden verleend; de werkelijke kosten minder bedragen dan € 2.500,-; er een besluit tot aanschrijving op grond van de Woningwet is uitgevaardigd voor het pand en deze ook in het kadaster staat ingeschreven; er beslag ligt op de woning; er geen lening wordt verstrekt voor de financiering van kosten die voortvloeien uit toepassing van bestuursdwang naar aanleiding van het niet tijdig optreden na constatering van agressieve zwam.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel