1.. De belasting bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.

2.. De belasting bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b, is verschuldigd op het tijdstip dat de vergunning wordt verleend, dan wel het tijdstip waarop – bij automatische verlenging – de aanslag wordt opgelegd.

3.. Parkeerplaatsgeld, bedoeld in artikel 2, tweede lid is verschuldigd bij de aanvang van het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft.