Voordat een maatregel wordt opgelegd wordt een belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze, mondeling en/of schriftelijk, naar voren te brengen.
Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid, of:
belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Midden-Groningen 2022