Het college ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of:
de gedraging of het nalaten meer dan zes maanden geleden plaatsvond, voorafgaand aan de constatering daarvan door het college, voor artikel 13 van deze verordening geldt een periode van zesendertig maanden.
Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Midden-Groningen 2022