Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 5.

Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Midden-Groningen 2022

Een verlaging wordt toegepast op de uitkering of bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet en gaat in op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop het besluit tot verlaging bekend is gemaakt of in geval van bijzondere bijstand (anders dan op grond van artikel 12 Participatiewet) bij toekenning hiervan. Voor zover de bijstand nog niet is betaald, kan de verlaging in afwijking van het voorgaande lid toegepast worden op een nog uit te betalen periode uit het verleden. Indien de verlaging niet meer kan worden toegepast op een nog uit te betalen periode, kan deze worden opgelegd over de periode waarin de gedraging of het nalaten plaatsvond of aanving. Een maatregel wordt opgelegd voor een bepaalde periode. Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering wordt de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog opgelegd als belanghebbende binnen zes maanden vanaf de datum van beëindiging of intrekking opnieuw een uitkering ontvangt. In geval de verlaging wordt toegepast op bijzondere bijstand anders dan bedoeld in artikel 12 Participatiewet wordt de verlaging toegepast op het recht op incidentele bijzondere bijstand of voor zover van toepassing op het recht op periodieke bijzondere bijstand. Indien sprake is van periodieke bijzondere bijstand zijn het eerste, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel