1.. In geval van een aanvraag om (wijziging van) een vergunning als bedoeld in artikel 3 en 30a van de Alcoholwet (Drankvergunning), artikel 30b van de Wet op de kansspelen (aanwezigheidsvergunning speelautomaten), artikel 2:28 van de APV (horeca-exploitatievergunning), artikel 2:39 van de APV (vergunning speelgelegenheid), artikel 2:41b van de APV (vergunning o.b.v. ondermijningsartikel)1 Zodra vastgesteld in de APV. artikel 3:4 van de APV (vergunning seksinrichting of escortbedrijf), artikel 2 van de Verordeningen Speelautomatenhallen Amersfoort 2012 (vergunning speelautomatenhal), zal het bestuursorgaan in beginsel een Bibob-onderzoek starten indien:

  • - er sprake is van nieuwe vestiging van een inrichting of bedrijf en/of
  • - er sprake is van een overname of wijziging van een exploitant en/of
  • - er op grond van:
    • - eigen ambtelijke informatie en/of
    • - informatie verkregen van het LBB of wanneer het LBB een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob en/of
    • - informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
    • - vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of
    • - overige signalen

vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene(n) en/of zijn/hun potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.

2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid zal het bestuursorgaan ten aanzien van paracommerciële instellingen en slijterijen in beginsel uitsluitend een Bibob-onderzoek starten, indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub c van deze beleidsregel.