1.. De gemeente zal in beginsel een Bibob-onderzoek starten alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie indien op grond van:

  • - eigen ambtelijke informatie, en/of
  • - informatie verkregen van het LBB of wanneer het LBB een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob en/of
  • - informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
  • - vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of
  • - overige signalen

vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene(n) en/of zijn/hun potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.

2.. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, start de gemeente een Bibob-onderzoek alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie, indien de onroerende zaak waarop de vastgoedtransactie betrekking heeft, zal worden gebruikt in één van de volgende sectoren:

  • - horecabedrijven;
  • - seks- en escortbedrijven;
  • - inrichtingen waarin middelen als bedoeld in lijst II van de Opiumwet te koop worden aangeboden (coffeeshops);
  • - inrichtingen waarin psychoactieve substanties (waaronder niet traditionele genotsmiddelen op natuurlijke basis) te koop worden aangeboden (smartshops);
  • - inrichtingen waarin artikelen en hulpmiddelen voor het gebruik van drugs te koop worden aangeboden (headshops);
  • - shishalounges;
  • - speelautomatenhallen;
  • - fitnesscentra;
  • - wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s);
  • - autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage);
  • - belwinkels;
  • - woonruimte voor arbeidsmigranten;
  • - woonwagenterreinen;
  • - religieuze instellingen;
  • - afvalverwerkingsbedrijven.

3.. De gemeente kan tevens een Bibob-onderzoek starten alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie, indien:

  • - de transactie betrekking heeft op een beeldbepalende onroerende zaak of op een onroerende zaak die naar het oordeel van de gemeente symbolische waarde heeft.
  • - er sprake is van exceptioneel (financieel) risico voor de gemeente.
  • - de onroerende zaak waarop de vastgoedtransactie betrekking heeft, gelegen is in een door het college vastgesteld aandachtsgebied.

4.. Indien is besloten tot het starten van een Bibob-onderzoek, komt er geen overeenkomst tot stand totdat het Bibob-onderzoek volledig is afgerond, tenzij partijen dat nadrukkelijk anders overeenkomen.