Naast algemene voorzieningen, zoals genoemd in het vorige hoofdstuk van deze beleidsregels zijn er ook andere voorzieningen. Dit betreft andere voorzieningen en mogelijkheden vanuit de samenleving die niet verstrekt worden vanuit de Wmo. Voorbeelden hiervan zijn:
Openbaar vervoer;
Voorzieningen voor ontspanning, sport/bewegen, kunst en cultuur;
Boodschappenservicedienst;
Blijverslening;
Uitleenwinkel;
Glazenwasser;
Tuinman;
Ergonomisch zelf aan te schaffen hulpmiddelen, zoals: rollator, wandelstok, aangepast bestek.
De verwachting van de duur van het gebruik van de voorziening is van invloed op de verstrekking van een (maatwerk)voorziening. Bij kortdurend of incidenteel gebruik, kan een groter beroep op eigen mogelijkheden of de inzet van voorliggende of algemene voorzieningen worden gedaan. Uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de feitelijke aanwezigheid en inzet van eigen mogelijkheden, voorliggende of algemene voorzieningen. Het gaat hier bijvoorbeeld om de situatie dat iemand tijdelijk aangewezen is op een rolstoel vanwege een gebroken heup of been. Voor een periode tot 6 maanden kan de inwoner dan terecht bij de zorgverzekeraar.
Andere voorzieningen zijn ook voorzieningen uit andere wetten waar aanspraak op kan worden gemaakt, in plaats van een verstrekking van een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo. Het gaat hier bijvoorbeeld om een aanspraak op de Wet langdurige zorg (Wlz), aanspraak op Zorgverzekeringswet (Zvw), Jeugdwet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Een aanspraak op deze andere wetten is een afwijzingsgrond voor een maatwerkvoorziening van artikel 10 lid 1 sub a verordening.
Hoofdstuk
Artikel 11.
Andere voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2021