Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2021

De begripsbepalingen uit de wet maatschappelijke ondersteuning, hierna (wet) en het daarop berustende landelijke uitvoeringsbesluit Wmo, hierna (uitvoeringsbesluit), de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2021, hierna (verordening) en de nadere regels maatschappelijke ondersteuning Renkum 2021, hierna (besluit) zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregels. In deze beleidsregels wordt verder verstaan onder: Bijstandsnorm: de toepasselijke bijstandsnorm zoals bedoeld is artikel 5 onder c Participatiewet verminderd met de van toepassing zijnde verlaging. Gebruikelijke hulp: hulp die normaal verwacht wordt van inwonende gezinsleden en andere huisgenoten. Mantelzorg: alle hulp aan een hulpbehoevende door iemand uit zijn direct sociale omgeving, ongeacht of de hulpbehoevende thuis woont of in een instelling? Mantelzorg gaat verder dan “gebruikelijke hulp” en vergt inzet voor een periode van minimaal 3 maanden en naar verwachting een jaar of langer en minimaal 10 uur per week. Respijtzorg: zorg die wordt geleverd aan de inwoner met het doel de (overbelaste) mantelzorger tijdelijk, bijvoorbeeld een avond, een dag of een weekend, te ontlasten van zijn taken. Sociaal team: dorpsgericht georganiseerd multidisciplinair team van de gemeente Renkum dat de ondersteuningsvraag van inwoners behandelt. Het team heeft als doel om inwoners te activeren, te helpen participeren en hen te ondersteunen in hun sociaal en maatschappelijk functioneren. Sociale Zelfredzaamheid: bij sociale zelfredzaamheid gaat het om de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden die de cliënt in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. Er is sprake van sociale zelfredzaamheid als de inwoner: het vermogen heeft om zelfzorghandelingen uit te voeren of de regie te voeren over de zelfzorghandelingen; het vermogen heeft tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis en in relatie met vrienden en familie; het vermogen heeft om zelf in de structurering van zijn dag te kunnen voorzien; zelf besluiten kan nemen en de regie kan voeren. In deze beleidsregels wordt onder inwoner verstaan: een inwoner met een ondersteuningsvraag (een “cliënt” in de verordening). In deze beleidsregels kan waar “hij” staat ook “zij” worden gelezen en waar “diens” staat ook “zijn” of “haar” of “hun” of “hen”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel