Het sociaal team onderzoekt de door de inwoner gevraagde ondersteuning op grond van de wet. Tijdens het onderzoek kan het sociaal team extern advies (bouwkundig, ergonomisch of medisch) opvragen.
Om de ondersteuningsvraag van de inwoner in behandeling te kunnen nemen, dient te worden vastgesteld of sprake is van een ingezetene van de gemeente Renkum. Is dit niet het geval dan wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt.
Bij de beoordeling van de gevraagde ondersteuning wordt altijd gekeken naar de criteria van artikel 7 van de verordening:
eigen kracht en mogelijkheden van de inwoner zelf en van zijn sociaal netwerk
gebruikelijke hulp
ondersteuning door mantelzorgers en vrijwilligers
algemeen gebruikelijke voorzieningen
algemene voorzieningen
andere voorzieningen
Wanneer de in lid 3 sub a tot en met sub f van dit artikel beschreven inzet passend compenserend en beschikbaar is, maar de inwoner hiervan geen gebruik wenst te maken, wordt hiervoor geen maatwerkvoorziening verstrekt.
Wanneer de in lid 3 sub a tot en met sub f van dit artikel beschreven inzet niet of niet voldoende passend compenserend is, wordt nader onderzoek gedaan naar de inzet van een maatwerkvoorziening.
Wanneer het om een ondersteuningsvraag voor een maatwerkvoorziening vervoer of opvang en beschermd wonen gaat, worden de in artikel 8 en 9 van de verordening vastgestelde criteria onderzocht.
Elke ondersteuningsvraag wordt aan de weigeringsgronden van artikel 10 verordening getoetst. Wanneer er sprake is van een weigeringsgrond van artikel 10 verordening wordt er hiervoor geen maatwerkvoorziening verstrekt. Dit is bijvoorbeeld zo, bij:
tekortschietend besef van artikel 10 lid 1 sub h verordening. Een inwoner toont tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wanneer het college vaststelt dat een maatwerkvoorziening voor ondersteuning noodzakelijk is, terwijl de inwoner in staat is of zou zijn geweest op eigen kracht zijn zelfredzaamheid of participatie te handhaven of om een beroep op andere wetgeving te doen, maar hier niet naar handelt of heeft gehandeld en hem dit valt te verwijten.
Van sub a van dit artikellid is bijvoorbeeld sprake wanneer een inwoner een indicatie heeft op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en hier bewust geen beroep op doet. Dit geldt ook als een inwoner deze indicatie nog niet heeft en weigert mee te werken bij het aanvragen van deze Wlz-indicatie terwijl hij daar mogelijk wel recht op heeft.
Wanneer de in lid 3 sub a tot en met sub f van dit artikel beschreven inzet niet (voldoende) passend compenserend is en/of niet beschikbaar is en er geen sprake is van een weigeringsgrond van artikel 10 verordening, komt een inwoner in aanmerking voor de goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk
Artikel 3.
Algemeen beoordelingskader
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2021