Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2022

De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslag­biljet is vermeld. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt zolang de verschuldig­de bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afge­schreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid gestelde termijnen. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze wordt opgelegd met de aanslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel