Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van de belstingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2022

De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel volle kalendermaanden van het voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalender­maanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van het voor dat tijdvak verschuldigde heffing als er in dat tijdvak, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalender­maanden overblij­ven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50. Voor deze berekening geldt dat het totaal van de op één aanslagbiljet verzamelde aanslagen geldt als één belastingbedrag. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt. Belastingbedragen van minder dan € 4,50 worden niet geheven. Voor deze berekening geldt dat het totaal van de op één aanslagbiljet verzamelde aanslagen geldt als één belastingbedrag. Een gedeelte van een kalendermaand wordt hierbij aangemerkt als een volle kalendermaand.

Rechtspraak bij dit artikel