1.. Het college:

  • - herziet of trekt het recht op bijstand in als die bijstand tot een te hoog bedrag of ten onrechte is verleend;
  • - maakt volledig gebruik van alle bevoegdheden tot terugvordering genoemd in de Pw, IOAW, IOAZ en het Bbz; en
  • - bruteert op grond van artikel 58, vijfde lid van de Pw de vorderingen voor zover belasting en premies over de teruggevorderde bijstand niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen in de volgende gevallen:
    • - het betreft een fraudevordering;
    • - er is sprake van ernstig verwijtbaar gedrag van de debiteur waardoor een overige vordering niet in het lopende kalenderjaar is afgelost;

2.. In afwijking van het vorige lid mag het college de bevoegdheid tot bruto terugvordering niet gebruiken als een vordering is ontstaan mede of geheel door toedoen van het college én de belanghebbende niet kan worden verweten dat hij de vordering niet al heeft voldaan in het kalenderjaar waarin deze is ontstaan.