Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

Begrippen

Onderdeel van Treasurystatuut

treasuryfunctie: omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s (zie artikel 2); treasurybeleid: uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders ter uitvoering van de treasuryfunctie; treasurybeheer: de (beleids)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het treasurystatuut. De realisatie hiervan komt aan de orde in de financieringsparagraaf van achtereenvolgens de begroting en het jaarverslag; treasurer: de medewerker belast met treasury; treasurycommissie: de ambtelijke commissie belast met ontwikkelen van treasurybeleid, het nemen van beslissingen omtrent het aantrekken van extern vermogen en het opstellen of laten opstellen van een liquiditeitsprognose; rentevisie: een onderbouwde schouw over rente-ontwikkelingen op lange en korte termijn, voor de lange en korte geldleningen; kasgeldlimiet: een bedrag op basis van de wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar; renterisiconorm: een bij de aanvang van enig jaar op basis van de wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden; liquiditeitsprognose: een gestructureerd overzicht van de toekomstige uitgaven en inkomsten ingedeeld naar aard en tijdseenheid; huisbankier: de bank die op basis van de bancaire condities en kostenstructuur als hoofdrekeninghouder wordt aangewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel