De directie van een onder artikel 2 lid 1 en 2 genoemd IKC vraagt namens het bevoegd gezag een subsidie aan voorzien van de bijlagen, genoemd in het vijfde lid.
Aanvragen voor niet IKC ‘s genoemd in artikel 2 lid 3 worden door het bevoegd gezag door middel van een verzamel aanvraag ingediend.
De onder lid 1 en 2 genoemde aanvragen dienen door de desbetreffende directie voor 12 februari voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft bij het college te worden ingediend.
De onder lid 1 en lid 2 genoemde aanvragen dienen hetzij schriftelijk hetzij digitaal te worden ingediend met gebruikmaking van het door het college vastgestelde aanvraagformulier.
Bij de onder lid 1 genoemde aanvraag worden onderstaande bijlagen aangeleverd:
Een schriftelijke toelichting van de directeur van het IKC met daarin minimaal:
de visie van het IKC;
een analyse van de wijk/populatie van het IKC gebaseerd op de gemeentelijke jeugdmonitor en verdere statistische gegevens;
het hieruit voortvloeiende profiel van het IKC;
de praktische vertaling van het profiel in extra onderwijstijd;
de onder artikel 1 lid 2 sub e van deze regeling genoemde intentieverklaring dan wel een samenwerkingsovereenkomst;
een overzicht voor welke activiteiten passend binnen de voorwaarden van het Nationaal Programma Onderwijs subsidie wordt aangevraagd;
facultatief kan een extra deelaanvraag worden ingediend voor een innovatief plan ter bevordering van de IKC ontwikkeling in brede zin. Dergelijke deelaanvragen kunnen alleen gehonoreerd worden met toepassing van artikel 7 lid 3;
de plus IKC’s leveren tevens een lange termijn visie aan gekoppeld aan de geformuleerde resultaatafspraken alsmede een omschrijving van de wijze waarop de aanvraag een bijdrage levert aan de talentontwikkeling van kinderen, het vergroten van kansen voor kinderen in armoede, de ontwikkeling van het jonge kind en het verminderen van taal- en rekenachterstanden.
Een gespecificeerde begroting, rekening houdend met:
Een maximum uurtarief van € 58,14 voor de inzet van gespecificeerde leerkrachten dan wel extern ingehuurde professionals. Indien de inzet van reguliere leerkrachten mogelijk is verdient dit de voorkeur.
Een maximum van 10% noodzakelijke scholingskosten binnen het uurtarief voor de inzet van gespecificeerde leerkrachten dan wel extern ingehuurde professionals.
Een maximum van 20% van het totale aanvraagbedrag voor materiaalkosten, coördinatie, (bij)scholing en/of extra overleg dat nodig is voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Een minimum van 80% van het totale aanvraagbedrag voor de inzet van leerkrachten c.q. andere professionals.
Een maximum van 40% voorbereidingstijd bij de inzet van de leerkrachten of andere professionals.
Uit de aanvraag moet blijken dat er een inhoudelijke samenwerking is tussen onderwijs en opvang met betrekking tot de uitwerking van de aanvraag op de locatie waar de aanvraag voor ingediend wordt. Dit dient aangevuld te worden met de in artikel 1 lid 2 sub d genoemde intentieverklaring. Indien de aanvrager voor het desbetreffende IKC reeds twee maal eerder op grond van de subsidieregeling Kansen voor Kinderen een subsidie is toegekend dient bij de aanvraag een door de onderwijsinstelling en kinderopvangorganisatie ondertekende samenwerkingsovereenkomst te worden overlegd.
Bij de onder lid 2 genoemde aanvragen dient een overzicht gevoegd te worden om welke basisscholen dan wel kinderopvanglocaties het gaat en voor welke activiteiten passend binnen de voorwaarden van het Nationaal Programma Onderwijs subsidie wordt aangevraagd alsmede een begroting van de geraamde kosten.
De aanvraag bedoeld in lid 1 dient voorzien te zijn van:
Een handtekeningen van de aanvrager bedoeld in lid 1, van de bovenschoolse directie van het desbetreffende IKC, van de leiding van de desbetreffende kinderopvangorganisatie, van de voorzitter(s) van en namens de medezeggenschapsraad van de school en/of de oudercommissie van de kinderopvang, waarmee zij aangeven in te stemmen met de subsidieaanvraag en het betreffende profielplan.
Een handtekening ‘voor gezien’ van de teamleider van het Sociaal Wijkteam (SWT) in de eigen wijk op het profielplan waaruit blijkt dat het SWT op de hoogte is van het profielplan.
De aanvraag bedoeld in lid 2 dient ondertekend te worden door het desbetreffende bevoegd gezag.