Om voor subsidie genoemd in artikel 4 lid 1 in aanmerking te komen moet voldaan worden aan onderstaande voorwaarden:
Extra: het budget kan niet worden ingezet om het reguliere onderwijscurriculum te financieren. Het gaat om extra aanbod wat naast, aansluitend en aanvullend op het reguliere onderwijscurriculum wordt ingezet. Dit extra aanbod mag geen substitutie zijn van het reguliere aanbod.
Integraal: er moet sprake zijn van aantoonbare integrale samenwerking tussen onderwijs en opvang met betrekking tot de uitwerking van het profielplan op de locatie waar de aanvraag voor wordt ingediend.
Intensief: het extra aanbod bestaat uit een programma wat frequent en met aandacht wordt uitgevoerd.
Aansturing: er is sprake van gelijkwaardigheid tussen onderwijs en opvang bij de aansturing van het IKC.
Professionals: de uitvoering van het extra aanbod wordt verzorgd door daarvoor gekwalificeerde professionals.
Educatief partnerschap: de manier waarop en de mate waarin ouders betrokken zijn bij de educatie, is cruciaal voor de ontwikkeling van het kind. Ouders, medewerkers en directie van een IKC dienen derhalve gezamenlijk op te trekken bij de uitvoering van het profielplan.
Voor de plus IKC ’s gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
Domeinen: het extra aanbod valt binnen één of meer van de volgende domeinen: cognitie, sociaal- emotioneel, cultuur of sport en moet bijdragen aan talentontwikkeling, het vergroten van kansen voor kinderen in armoede, de ontwikkeling van het jonge kind en het verminderen van taal- en rekenachterstanden.
Lange termijn visie: de lange termijn visie van een plus IKC is in overeenstemming met de geformuleerde resultaatafspraken.
Versterken pedagogisch-educatieve werkwijze: uit de aanvraag moet duidelijk blijken op welke wijze door extra personele inzet op de vroegschool de afstemming van de pedagogisch-educatieve werkwijze van voor- en vroegschool verbeterd wordt.
Voor de (deel)aanvragen voor NPO-middelen geldt de volgende voorwaarde. Deze aanvragen dienen gericht te zijn op het inhalen van onderwijsvertragingen bij kinderen als gevolg van COVID-19 in te lopen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak in aanvulling op de interventies die de betrokken organisaties zelf nemen. Het gaat om de volgende maatregelen:
het nemen van (bovenschoolse) maatregelen gericht op het inhalen van onderwijsvertragingen bij kinderen opgelopen door COVID-19;
maatregelen om de vertraging die als gevolg van COVID-19 is ontstaan in de voorschoolse periode in te lopen voor kinderen die in aanmerking komen voor voorschoolse educatie;
maatregelen gericht op zorg en welzijn in de school of in verlengde leertijd en extra beschikbaarheid van zorg op school om vertragingen op sociaal en emotioneel vlak als gevolg van COVID-19 in te halen;
het bevorderen van lokale (en regionale) samenwerking tussen schoolbesturen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, en andere lokale partijen ten behoeve van de aanpak van COVID-19 vertragingen en een integrale ondersteuning van jongeren op sociaal, emotioneel, executief en cognitief vlak;
het betrekken van (dreigende) thuiszitters bij de aanpak van het inlopen van vertragingen als gevolg van COVID-19, zowel thuiszitters met (langdurig) relatief verzuim als de groep thuiszitters met absoluut verzuim;
kosten voor tijdelijke extra huur van huisvesting indien deze extra huisvesting nodig is voor de uitvoering van maatregelen die scholen of gemeenten in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs nemen.
Indien er sprake is van overschrijding van het onder artikel 3 genoemde subsidieplafond adviseert de commissie aan de hand van de aanvragen en presentaties over de rangorde van de aanvragen. De prioritering bij overschrijding van het subsidieplafond is als volgt:
(deel)aanvragen NPO
aanvragen plus IKC’s
resterende aanvragen op basis van een door de IKC commissie te bepalen score per aanvraag op de hiervoor onder artikel 7 lid 1 sub a tot en met f genoemde punten. De maximale score voor de daarin genoemde onderdelen a, c, d en e, bedraagt 3 punten. Voor de onderdelen genoemd onder b en f bedraagt de maximale score 6 punten.
(Deel)aanvragen voor NPO-middelen krijgen voorrang bij de toekenning van subsidie. De resterende aanvragen worden geprioriteerd volgens een door de IKC commissie te bepalen score per aanvraag op de hiervoor onder artikel 7 lid 1 sub a tot en met f genoemde punten. De maximale score voor de daarin genoemde onderdelen a, c, d en e, bedraagt 3 punten. Voor de onderdelen genoemd onder b en f bedraagt de maximale score 6 punten.
Indien het beschikbare budget op grond van het in artikel 3 genoemde subsidieplafond niet geheel benut wordt kunnen er extra bijdragen worden verstrekt voor de in artikel 4 lid 5 sub a genoemde innovatieve deelaanvragen. De IKC-commissie adviseert over de prioritering van de verschillende deelaanvragen op basis van de hoogte van het innovatiegehalte. Hoe hoger het innovatiegehalte des te hoger de prioriteit. Een tweede beoordelingscriterium is de toepasbaarheid van de innovatieve deelaanvraag op andere IKC’s.
Artikel 7
Beoordeling van de ingediende profielplannen
Onderdeel van Regeling subsidie ‘Kansen voor Kinderen’ 2022