De inwoner ervaart op een of meerdere levensgebieden problemen bij het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden, de dagelijkse routine of ervaart problemen bij het opvoeden en opgroeien. Inwoners zijn bij het voorkomen en/of oplossen van problemen en het nemen van besluiten afhankelijk van anderen voor structuur en regie. De inwoner beschikt op dat moment over beperkte verandercapaciteit maar kan wel zelf om ondersteuning vragen. Met name bij jong volwassenen kan wel sprake zijn van doorontwikkeling, verdieping of het behoud van de aangeleerde vaardigheden en daardoor het voorkomen van achteruitgang.

De Ondersteuning draagt bij aan het ontlasten van de mantelzorger of thuissituatie.

De (vaak structurele) begeleiding van de inwoner is gericht op het activeren, stimuleren, vinger-aan-de-polsbegeleiding, samen doen, oefenen, structuur bieden, ventileren, overvraging voorkomen en de doorontwikkeling/verdieping van reeds aangeleerde vaardigheden. Incidentele overname of overname op één of enkele leefgebieden past hier ook onder.

Het vergroten van de eigen kracht kan bij deze inwoners een veelal stabiliserend tot beperkt positief effect hebben op een of meerdere leefgebieden.

Deze vorm van ondersteuning kan alleen onder de Jeugdwet vallen indien de ondersteuning uitsluitend gericht is op het ontlasten van de thuissituatie/respijtzorg. In dat geval is het mogelijk dat de inwoner (=jeugdige) geen beperkingen ervaart.

De ondersteuning kan overgaan naar andere vormen van ondersteuning. Het kan ook zijn dat de inwoner het maximaal haalbare heeft bereikt (situatie is stabiel) of de inwoner kan uitstromen naar een situatie waarbij de inwoner samen met zijn omgeving de beperkingen kan hanteren zonder aanvullende Ondersteuning.