Gedurende het gebruik maken van de door een instelling aangeboden voorzieningen zoals onder artikel 1, tweede lid sub c, beschreven, is de cliënt een bijdrage verschuldigd in de kosten van de opvang, uitgezonderd de kosten van begeleiding.
De bijdrage wordt bepaald per maand, behalve voor de kortdurende opvang voor zieke daklozen. Voor deze voorzieningen wordt de bijdrage per dag bepaald. De bijdrage is verschuldigd voor iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van het aanbod van de instelling. Een gedeelte van een maand wordt naar rato van het aantal dagen berekend op basis van het werkelijke aantal dagen in de betreffende kalendermaand.
De bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is afhankelijk van het soort opvang. Uitsluitend voor de opvang na geweld in afhankelijkheidsrelaties en kortdurende opvang voor volwassenen met een grote kwetsbaarheid, gezinnen met begeleiding, volwassenen met ernstige psychiatrische of verslavingsproblematiek, jongvolwassenen is de bijdrage afhankelijk van het verschil tussen de bijstandsnorm en de norm persoonlijke uitgaven. Indien bij gehuwden één van beide partners gebruik maakt van de in dit lid genoemde opvangvoorzieningen, wordt bij het bepalen van de bijstandsnorm de regelgeving in de Participatiewet voor opname in een inrichting gevolgd.
De eigen bijdrage, zoals bedoeld in artikel 2, derde lid, bedraagt het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de norm voor persoonlijke uitgaven, behoudens wat in deze Nadere regel op de bijdrage in mindering mag worden gebracht. Er is geen bijdrage verschuldigd voor de kosten van begeleiding.
Indien de instelling als bedoeld in artikel 2, derde lid, geen voeding verstrekt aan de cliënt, wordt de bijdrage verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag, dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent als gemiddelde kosten. In het geval het Nibud dit bedrag niet meer vaststelt of bekend maakt, bepaalt het college een andere basis voor dit bedrag.
Voor cliënten die gebruik maken van kortdurende opvang voor volwassenen met een grote kwetsbaarheid en gezinnen met begeleiding of opvang na geweld in afhankelijkheidsrelaties en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm. De instelling mag de verlaging van de bijdrage, in hun berekening van de bijdrage verwerken, als de cliënt aan de gestelde voorwaarden voldoet. De instelling dient het college minimaal elk half jaar te informeren over het toepassen van deze verlagingen middels een overzicht.
Voor cliënten die vanwege de wettelijke regels nog geen zorgtoeslag en/of alleenstaande ouderkop kunnen ontvangen, geldt een aangepaste eigen bijdrage die uitsluitend mag worden toegepast in bijzondere gevallen en in overleg met de gemeente. In de praktijk komt dit voor bij de opvang na geweld in afhankelijkheidsrelaties.
De bijdrage voor de kortdurende opvang voor zieke daklozen wordt door het college bepaald na overleg met de instelling. De vaststelling en aanpassing van de bijdrage geschiedt impliciet middels een verleningsbeschikking voor de subsidie of opdrachtverstrekking aan de instelling.
De hoogte van de bijdrage voor opvang na geweld in afhankelijkheidsrelaties en kortdurende opvang voor volwassenen met een grote kwetsbaarheid, gezinnen met begeleiding, volwassenen met ernstige psychiatrische of verslavingsproblematiek of jongvolwassenen wordt jaarlijks op 1 januari opnieuw bepaald op basis van de dan geldende bijstandsnormen, de hoogte van de premie voor de zorgverzekering en de zorgtoeslag en de norm voor persoonlijke uitgaven. Het college hoeft hier geen nieuw besluit over te nemen, zonder nader besluit worden de bedragen automatisch aangepast op basis van deze Nadere regel.
Artikel 2
Eigen bijdragen voor de opvang
Onderdeel van Nadere regel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022, eigen bijdrage opvang