Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.

Kabels en leidingen

Onderdeel van Bomenbeleidsplan gemeente Eersel 2023-2033

Op plaatsen waar bomen staan liggen vaak ook kabels en leidingen. Deze moeten regelmatig gerepareerd of vervangen worden of er lekken schadelijke stoffen uit. Dit kan nadelig zijn voor de aanwezige bomen. Bij het graven van sleuven worden boomwortels beschadigd en soms zelfs gewoon doorgezaagd. Hierdoor ontstaan wonden die een ingang vormen voor schadelijke bacteriën of het wortelpakket wordt te klein voor de boom. Uiteindelijk kan de boom afsterven of loopt een grote groeiachterstand op. Door het doorzagen van wortels kan de boom instabiel worden en zo een gevaar gaan vormen voor de omgeving. Aan de andere kant kunnen bomen die boven op rioleringen, kabels en leidingen staan schade veroorzaken aan deze voorzieningen. Zo zoeken bijvoorbeeld wortels altijd de gemakkelijkste manier om aan vocht te komen. Indien de riolering een barstje vertoont, kan een haarwortel daar de riolering binnendringen. Vervolgens worden deze haarwortels dikker en kunnen zo scheuren en breuken veroorzaken. Bij werkzaamheden aan kabels en leidingen in de omgeving van bomen moeten de nutsbedrijven voldoen aan de volgende voorschriften: het nutsbedrijf informeert de gemeente vóór de start van de werkzaamheden over de voorgenomen werkzaamheden; met de gemeentelijke opzichter wordt de minimale graafafstand tot de stam van de boom bepaald (dit ook ter voorkoming van instabiliteit); de reductie van de doorwortelbare ruimte moet minimaal zijn; bij werkzaamheden dienen de wortels zo veel mogelijk behouden te blijven en moeten deze zo kort mogelijk bloot liggen. Blootliggende wortels worden beschermd; bij verlegging van kabels en leidingen moet met de gemeente overleg plaatsvinden over de gewenste locatie; bij de aanleg van nieuwe kabels en leidingen in de omgeving van aanwezige bomen zo veel mogelijk gebruik maken van sleufloze technieken; de nutsbedrijven moeten zich houden aan de in Eersel geldende Afdeling 4.3 APV. Deze voorschriften worden verplichtend opgelegd aan de nutsbedrijven. In een later stadium wordt onderzocht of de gemeente gebruik kan maken van haar recht de schade aan gemeentelijke bomen te verhalen op het nutsbedrijf. Indien deze mogelijkheden er zijn, wordt een voorstel aan het college voorgelegd. Om aan te kunnen tonen dat schade is toegebracht, is een beoordeling van bomen voor en na de uitvoer van werkzaamheden noodzakelijk, evenals goed toezicht op de werkwijze bij de uitvoer. In nieuwe projecten moeten de kabels en leidingen zoveel mogelijk in één tracé komen te liggen. De breedte van dit tracé en de onderlinge afstand tussen de kabels en leidingen ligt vast (zie bijlage 10). Het tracé moet ver genoeg van bestaande en nieuwe bomen af liggen. De minimale afstand tussen het tracé en de bomen wordt in overleg met de gemeente bepaald.

Rechtspraak bij dit artikel