Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Oplossen van de parkeereis

Onderdeel van Nota Parkeernormen 2022

Uitgangspunt van de parkeernormen is dat het parkeren op het eigen terrein opgelost wordt. Het ‘eigen terrein’ moet als zodanig geïnterpreteerd worden dat ‘de parkeerbehoefte zelfstandig opgelost moet worden, met inachtneming van de vastgestelde parkeereis en de wijze waarop deze dienen te worden toegepast’. Bij nieuwe woningbouwprojecten als Aarlesche Erven is het uitgangspunt dat bewonersparkeren voor vrije sectorwoningen op het eigen perceel plaatsvindt. Bij tussenwoningen is dit in de praktijk moeilijk. Hiervoor kunnen andere afspraken gemaakt worden. Toegankelijkheid Uitgangspunt bij het aanleggen van parkeervoorzieningen is dat de parkeerplaatsen voor alle gebruikers toegankelijk zijn. Voor bewoners en personeel kan gekozen worden voor niet openbare parkeerplaatsen. Het bezoekersgedeelte dat onderdeel uitmaakt van de parkeernorm dient altijd openbaar toegankelijk te zijn. In de praktijk blijkt de openbaarheid van bezoekers bij appartementencomplexen een probleem. Er wordt een private parkeergarage gerealiseerd voor bewoners. Het blijkt dan niet realistisch om alle bezoekers te allen tijde de mogelijkheid te geven gebruik te maken van de parkeerplaatsen in de private parkeergarage. Op het eigen terrein moeten dan nog openbaar toegankelijke bezoekersparkeerplaatsen gerealiseerd worden. Onder openbaar toegankelijk wordt verstaan dat een automobilist de betreffende parkeergelegenheid via de openbare weg kan bereiken zonder dat een barrière genomen moet worden (denk hierbij aan een dichte poort of een slagboom met pasjessysteem zonder receptie). Het wel of niet openbaar toegankelijk zijn heeft niets te maken met het wel of niet parkeren op eigen terrein. Een bedrijfspand met een hekwerk erom heen met een poort die gedurende werktijden open is, is een goed voorbeeld. Bij het oplossen van het bezoekersparkeren moet duidelijk worden aangetoond dat de bezoekers ook daadwerkelijk gebruik kunnen maken van de parkeerplaatsen. Dit kan onder de juiste voorwaarden op (eigen) privaat terrein of in het openbaar gebied. Privaat terrein Het oplossen van de parkeereis op eigen terrein of privaat terrein kan ook betekenen dat het wordt opgelost op een buurkavel. Het leidt daarmee niet tot extra druk op de openbare ruimte. Hierbij is essentieel dat aangetoond kan worden dat het om een ‘toekomstvaste’ overeenkomst c.q. constructie gaat. Dit maakt samenwerking van diverse eigenaren op een gezamenlijk parkeerterrein mogelijk, mits de loopafstanden tot de functies beperkt zijn. Deze afstanden zijn afhankelijk van de functies en variëren van 150 tot 800 meter, zie de tabel met loopafstanden per functie verderop in deze paragraaf. Dergelijke afspraken zullen bij besluitvorming door het college voorzien moeten zijn van een onderbouwd parkeeradvies. De hardheidsclausule (in hoofdstuk 4) zal in deze gevallen toegepast worden. Aan de initiatiefnemer kan gevraagd worden om deze onderbouwing op diens kosten aan te leveren. Hiertoe kan bijvoorbeeld ook een parkeeronderzoek dienen dat door een onafhankelijk adviseur als onderdeel van deze onderbouwing is opgesteld). Openbaar gebied Omdat we de bestaande parkeercapaciteit in de gemeente zo goed mogelijk willen benutten, is het mogelijk dat de initiatiefnemer de parkeeropgave (deels) invult met private of openbare ongebruikte parkeerplaatsen. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door gebruik te maken van overcapaciteit in de openbare ruimte, capaciteit in (privé) parkeergarages of privé parkeerterreinen van bedrijven. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de maximaal acceptabele loopafstanden per functie in de navolgende tabel. De initiatiefnemer dient in dat geval aan te tonen dat er restcapaciteit beschikbaar is. Dit kan gedaan worden door een onafhankelijk gespecialiseerd bureau een parkeerdrukmeting op maatgevende tijdstippen te laten uitvoeren. Dit onderzoek moet aantonen dat de parkeerbalans in de omgeving zodanig is dat met de toename vanuit de ontwikkeling de reguliere parkeerdruk op geen enkel moment boven de 85% uitkomt. Opmerking: het benutten van restcapaciteit is geen recht, maar een mogelijke gunst van de gemeente. De gemeente kan namelijk ook besluiten dat die restcapaciteit voor andere doeleinden wordt aangewend, zoals bijvoorbeeld voor groen of ter verbetering van de waterhuishouding. De doeleinden hoeven zich dus niet te beperken tot parkeren. Opmerking: De parkeerplaatsen die op parkeerterreinen/-garages in privaat eigendom zijn, dienen middels formele contracten te allen tijde beschikbaar te blijven. Op het moment dat de parkeerplaatsen verdwijnen, moeten de parkeerplaatsen gecompenseerd worden. Loopafstanden Naast maatvoering is ook de ligging van de parkeerplaats van belang. Indien een parkeerplaats te ver van de betreffende functie is gelegen kan deze niet bij de parkeerbalans betrokken worden. Het CROW heeft in 2021 onderzoek gedaan naar de bereidheid om naar een bepaalde functie te lopen vanaf de geparkeerde auto. De gemeente Best kwalificeert daaruit de volgende loopafstanden als acceptabel: Hoofdfunctie Acceptabele loopafstanden Wonen 150 meter bewoners | 250 meter bezoekers Winkelen 200 – 600 meter Werken 200 – 800 meter Ontspanning 150 – 600 meter Gezondheidszorg 150 meter Onderwijs 150 meter Maatvoering parkeerplaats Een parkeerplaats wordt in de parkeerbalans pas meegerekend als deze qua maatvoering voldoet aan de voorkeursmaatvoering van het CROW. In bijlage 4 is aangegeven wat de minimale maatvoering moet zijn. Met uitzondering van woningen is het noodzakelijk dat parkeerders onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden. Parkeren eigen oprit / garage Bij de realisatie van woningbouwlocaties geldt dat het parkeren op het eigen terrein de voorkeur heeft. Dit geldt dus ook voor parkeerplaatsen op een eigen oprit of garage / carport. Uiteraard maken deze parkeerplaatsen onderdeel uit van de parkeernorm. In de praktijk gebeurt dit voornamelijk bij vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap woningen, maar ook bij nieuwe hoek- en rijwoningen bestaan er mogelijkheden. Parkeren op het eigen erf maakt dat straten overzichtelijk zijn. Bij het realiseren van nieuwe woningbouwlocaties moet het bezoekersgedeelte van de norm wel in het openbaar gebied opgevangen worden. Parkeerplaatsen op eigen terrein worden in de praktijk niet altijd volledig benut. Dit komt vooral voor bij grondgebonden woningen. In garages wordt bijvoorbeeld zelden een auto gezet. Voor de functie ‘wonen’ wordt daarom voor grondgebonden woningen in de berekening van het aantal parkeerplaatsen een correctiefactor (zie bijlage 3) toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel