4.4.1 Kostprijs voorzieningen
De kostprijs van een voorziening in natura is gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de voorziening in natura betrekt van een aanbieder, inclusief de reparatie-, verzekerings- en onderhoudskosten.
De kostprijs van een pgb is gelijk aan het bedrag van het pgb.
De gemeente kan nadere regels stellen over het bepalen van de kostprijs. De kostprijs kan in afwijking van het eerste en tweede lid op een lager bedrag worden vastgesteld.
4.4.2 Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen
De inwoner kan een financiële bijdrage worden opgelegd voor het gebruik van een algemene voorziening.
De financiële bijdrage voor een algemene voorziening is niet afhankelijk van het inkomen en staat los van de bijdrage van artikel 4.4.3.
De gemeente stelt nadere regels over de hoogte en de inning van de bijdrage en over de algemene voorzieningen waarvoor een bijdrage wordt gevraagd.
4.4.3 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen
De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten van de maatwerkvoorziening, zolang de inwoner gebruik maakt van die voorziening of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt. Gaat het om een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. Als de voorziening wordt gehuurd, is de huurprijs de kostprijs en moet in dat geval een bijdrage betaald worden zolang de voorziening in bruikleen is bij de inwoner. De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden voor de bijdrage op grond van wet. Deze periodieke bijdrage in de kosten is niet verschuldigd voor deelname aan de collectieve vervoersvoorziening.
De inwoner is een ritbijdrage voor de collectieve vervoersvoorziening verschuldigd. De hoogte van deze ritbijdrage wordt vastgelegd in nadere regels.
Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage in de kosten. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner.
De gemeente vraagt geen bijdrage:
voor een rolstoel.
voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming.
De gemeente kan de inwoner op grond van in nadere regels omschreven omstandigheden vrijstellen van de bijdrage.
Hoofdstuk 4:
Artikel 4.4
Kostprijs en financiële bijdrage
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2022