Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 8.

Aanvullende criteria persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Gemeente Rhenen - VERORDENING JEUGDHULP RHENEN 2022

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1. van de wet. Als een jeugdige of zijn ouder in aanmerking komt voor een individuele voorziening, maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen met een pgb, dient hij daartoe een zorgplan en een budgetplan in en kan voor het budgetplan gebruik maken van een door het college ter beschikking gesteld format. In het budgetplan is in elk geval opgenomen; waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en een pgb gewenst is; de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; op welke wijze de kwaliteit van de jeugdhulp is gewaarborgd; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief. Een vast bedrag per periode wordt niet toegekend. De budgethouder moet aantonen dat hij/ zij voldoet aan de vaardigheidsvereisten die gelden voor het beheer van een persoonsgebonden budget. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; kosten voor belangenbehartiging; kosten voor het volgen van cursussen over het pgb; kosten voor contributies voor het lidmaatschap van per Saldo; kosten die gemaakt worden voor het reizen; kosten die gemaakt worden gerelateerd aan wonen, zoals huurbetalingen; kosten voor het bestellen van informatie materiaal; Bijkomende zorgkosten. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk mits: vast staat dat deze hulpverlener in staat is tot het verrichten van de zorg op kwalitatieve, doelmatige en veilige wijze; de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders niet leidt tot overbelasting bij de persoon die deze jeugdhulp verleent; er op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb is uitgeoefend bij diens besluitvorming; de geboden jeugdhulp niet leidt tot voor de jeugdige onveilige situaties; het niet gaat om een ggz-behandeling. Het college verstrekt geen pgb als het gaat om spoedeisende jeugdhulp en als de pgb dient als vervangend inkomen. Zonder voorafgaande goedkeuring door het college van de overeenkomst tussen de budgethouder met de door hem of haar in te schakelen jeugdhulpverlener, kan geen gebruik gemaakt worden van het pgb. De aan een pgb verbonden taken kunnen door een vertegenwoordiger van de cliënt worden uitgevoerd, mits deze vertegenwoordiger niet ook de zorgverlener is. Met uitzondering van situaties waarin familieleden in de eerste of tweede graad (een deel van) de zorg verlenen en het college dit passend vindt. Het college kan de pgb intrekken indien door de pgb ingezette jeugdhulp niet de juiste resultaten bereikt en/ of de ontwikkeling van het kind stagneert. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel