Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Subsidiabele kosten

Onderdeel van Subsidieregeling Erfgoedfonds 3.1

1.. Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de kosten van: herstel van het casco; afzonderlijke monumentale onderdelen (in- en exterieur) al dan niet in combinatie met herstel van het casco; reconstructies van verdwenen of gewijzigde onderdelen, indien en voor zover deze verdwijning en wijziging afbreuk doet aan de monumentale waarde van het object; herstel van specifieke technische installaties ten behoeve van bedrijf en techniek, bijvoorbeeld dieselmotoren, raamzagen en persen; het aanbrengen van technische installaties ten behoeve van bescherming van zeer waardevolle interieurelementen, bijvoorbeeld verwarming- of luchtbevochtigingsinstallaties; het opstellen van een instandhoudingsplan; het verrichten van bouwhistorisch onderzoek of een haalbaarheidsonderzoek; buiten- en daarmee samenhangend binnenschilderwerk, voor zover het betreft de buitenramen, buitenkozijnen en buitendeuren; herstel en vernieuwen van rieten daken (met rietlatten en herstel van sporen); herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met tengels en panlatten), leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het herstel van gedeelten van het dakbeschot en sporen; herstel van goten, in zink, koper of lood, inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren en het aanbrengen van voor de waterafvoer noodzakelijke goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aansluitingen op riolering en open water; herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken en herstel of terugplaatsen van stoepen, roedenverdeling, lijstwerk en luiken; herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen; herstel van dak- of torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen van torenluiken en het nemen van beperkte maatregelen tegen duivenoverlast; inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels; op kleine schaal vervangen of inboeten van natuursteen; behandelen van muur- of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding, dan wel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters; herstel van gedeelten van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen, en spantbenen); herstel van glas-in-loodbeglazing en het aanbrengen van beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas of historisch waardevol glas; vervangen en herstel van overige bouwelementen van grote zeldzaamheid of met grote historische waarde; het plaatsen van achterzetbeglazing in samenhang met herstel van historisch waardevolle ramen; het gangbaar houden van historische krachtwerktuigen en machines. 2.. Tot de subsidiabele kosten worden eveneens gerekend de kosten verbonden aan de uitvoering van de in het eerste lid genoemde instandhoudingswerkzaamheden, voor zover het betreft: de directiekosten, bestaande uit kosten voor honorarium, uitvoeringstekeningen, toezicht en kosten van verschotten; de directe kosten dat wil zeggen de loonkosten en de materiaalkosten; de indirecte kosten dat wil zeggen de algemene bouwplaatskosten, de algemene bedrijfskosten en de winst; de BTW, voor zover deze kosten niet verrekend kunnen worden; de constructeurskosten; de kosten van de CAR-verzekering. 3.. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend: de administratieve kosten verbonden aan de aanvraag; de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen; de loonkosten indien aanvrager de instandhoudingswerkzaamheden zelf verricht.

Rechtspraak bij dit artikel