Indien de belanghebbende ten tijde van zijn aftreden als
wethouder de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en hij in het
tijdvak van twaalf jaren dat direct aan zijn aftreden voorafgaat
ten minste tien jaar wethouder is geweest, wordt de uitkering
voortgezet tot het tijdstip waarop hij de leeftijd van 65 jaar
bereikt.
In bijzondere gevallen kan de raad beslissen dat met
inachtneming van artikel 7, onder b, de uitkering zal worden
voortgezet voor een nader vast te stellen termijn, welke op
dezelfde wijze kan worden verlengd.
Hoofdstuk
Artikel 3
Voortzetting van de uitkering
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van Leusden