Het wezenpensioen bedraagt:
voor elk kind wiens ouder aan het overlijden van
de wethouder, gewezen of gepensioneerde wethouder
recht op pensioen ontleent, een zevende
gedeelte;
voor elk ander kind, twee zevende gedeelte van
het pensioen van de overledene, berekend
overeenkomstig artikel 28.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ouder
mede begrepen, de nabestaande die op het tijdstip van
zijn overlijden de pleegouderlijke zorg had voor het
kind, bedoeld in artikel 26.
Hoofdstuk › Afdeling › Paragraaf
Artikel 32
Wezenpensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van Leusden