1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting te exploiteren.

2. In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld:

a. de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant en beheerder;

b. het adres van de inrichting;

c. het aantal personen dat in de inrichting verblijf wordt verschaft;

d. de periode waarin in de inrichting aan de personen verblijf wordt verschaft;

e. de totale woonoppervlakte die in de inrichting voor verblijf beschikbaar is;

f. het aantal beschikbare parkeerplaatsen.

3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.