Het college bepaalt na het afronden van het inburgeringstraject of er verdere nazorg benodigd is.
Indien nodig, bestaat de nazorg uit de reguliere begeleiding en ondersteuning. Bijvoorbeeld vanuit de participatiewet (indien de inburgeringsplichtige nog bijstandsafhankelijk is) of de Wmo (indien de inburgeringsplichtige verdere ondersteuning nodig heeft)..
Indien nazorg niet benodigd blijkt, neemt het college zes maanden na het afronden van het inburgeringstraject contact op met de inburgeringsplichtige. In dit contact wordt besproken of er (nog steeds) geen aanvullende ondersteuning benodigd is.
Hoofdstuk 9
Artikel 16
– Nazorg Asielstatushouders en gezinsmigranten
Onderdeel van Beleidsregels Inburgering Leidschendam-Voorburg 2022