**1..** Het college kan de toegang tot een maatwerkvoorziening weigeren op basis van de volgende gronden:
Als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat.
Er is een voorliggende voorziening beschikbaar die in voldoende mate bijdraagt aan de oplossing van het probleem zoals gebleken is na het onderzoek, bedoeld in artikel 5 van deze Verordening.
Er is een andere voorziening beschikbaar die in voldoende mate bijdraagt aan de oplossing van het probleem zoals gebleken is na onderzoek, bedoeld in artikel 5 van deze Verordening.
Er is in redelijkheid en op basis van onafhankelijk advies (zie artikel 13 van deze Verordening) aan te nemen dat een ondersteuningsvraag niet opgelost of verminderd kan worden met maatwerkvoorzieningen.
Cliënt is geen ingezetene van de gemeente West Betuwe, voorzover het gaat om een Wmo maatwerkvoorziening, die is gericht op het ondervangen van een beperking op het gebied van de zelfredzaamheid of participatie (artikel 1.1.1 Wmo 2015).
Als de cliënt voor het verkrijgen van passende ondersteuning aanspraak kan maken op een door of ten behoeve van hem/haar afgesloten aanvullende verzekering.
Als cliënt de gevraagde voorziening na de melding maar voor de datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kunnen worden beoordeeld.
Als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen.
Als deze niet langdurig noodzakelijk is (met een uitzondering voor huishoudelijke ondersteuning, begeleiding en aanvullend regiovervoer daar waar sprake is van respijtzorg).
Indien de jeugdhulp-aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, verstrekt het college hiervoor geen voorziening tenzij:
op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en;
voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
Als de cliënt niet beschikt over de Nederlandse nationaliteit of niet rechtmatig in Nederland verblijft.
**2..** Geen woonvoorziening wordt verstrekt:
Als de noodzaak van een woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing aanwezig is.
Als de cliënt niet verhuisd is naar de op dat moment meest geschikte beschikbare woning.
Als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen.
Als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waarvoor de voorziening wordt gevraagd.
Ten behoeve van woonruimte die niet geschikt is voor permanente bewoning.
Als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden.
Als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte.
**3..** Het college verstrekt geen pgb voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (Versis).
Hoofdstuk 3
Artikel 12
Afwijzingscriteria voor een maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente West Betuwe 2022