Naar hoofdinhoud
Bij aanvragen voor woonkosten, een geldlening, suppletie voor aflossing van een geldlening of voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, dient het inkomen dat meer bedraagt dan de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, volledig als draagkracht te worden aangewend. Is er sprake van draagkracht bij een aanvraag voor: een kindregeling zoals genoemd in artikel 4 lid 2 onderdeel a; en / of de collectieve aanvullende verzekering (artikel 7); dan bestaat er geen recht op die voorziening. In alle overige gevallen dient het inkomen dat meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm volledig als draagkracht te worden aangewend. De draagkracht in het inkomen en vermogen wordt in beginsel vastgesteld voor een periode van 12 maanden, vanaf de eerste dag van de maand waarop de kosten betrekking hebben en waarvoor bijzondere bijstand wordt verstrekt. De vastgestelde draagkracht wordt in geval van incidentele bijzondere bijstand in één keer in mindering gebracht op de in aanmerking komende noodzakelijke kosten. In geval van periodieke verlening van bijzondere bijstand wordt de draagkracht gespreid over de maanden waarover de bijzondere bijstand wordt verstrekt en naar evenredigheid in mindering gebracht op de in aanmerking komende noodzakelijke kosten. Bij een wijziging van het inkomen of vermogen wordt de draagkracht aangepast. Als de draagkracht uit inkomen per maand hoger is dan de maandelijkse periodieke kosten, wordt de bijzondere bijstand beëindigd. Artikel 31 tot en met 33 PW zijn van overeenkomstige toepassing. Het inkomen wordt verminderd met de woonkosten voor zover deze na aftrek van ontvangen huurtoeslag meer bedragen dan de in de Wet op de Huurtoeslag genoemde basishuur een-/meerpersoonshuishoudens. Indien sprake is van kostendeling: worden de voor eigen rekening blijvende woonkosten, gedeeld door het aantal kostendelers. Als de woonkosten niet bekend zijn vindt geen extra aftrek op het inkomen plaats. wordt rekening gehouden met de in de wet op de Huurtoeslag genoemde basishuur gedeeld door het aantal kostendelers. De draagkracht uit vermogen bestaat uit: alle beschikbare vermogensbestanddelen indien het betreft een tegemoetkoming voor algemeen gebruikelijke kosten en duurzame gebruiksgoederen. het vermogen voor zover dit meer bedraagt dan het in artikel 34 lid 3 PW genoemde vrij te laten bescheiden vermogen bij overige vormen van bijzondere bijstand en regelingen maatschappelijke participatie. Voor de regeling genoemd in artikel 4 geldt bij bewoning van een eigen woning zoals genoemd in artikel 50, eerste lid PW een extra vrijlating uit het vermogen tot het in artikel 34 lid 2 onderdeel d PW genoemde bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel