Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 3.16, aanhef en onder b, worden in ieder geval voorschriften verbonden die inhouden dat:
het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat sanerende of andere beschermende maatregelen als bedoeld in artikel 3.15, tweede lid, zijn getroffen; en
het college voor het in gebruik nemen wordt geïnformeerd over de wijze waarop die sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen.
HOOFDSTUK 3 › § 3.2.2
Artikel 3.17
(vergunningvoorschriften)
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Oegstgeest